Clio Barnard brengt haar kenmerkende focus op veerkrachtige gemeenschappen naar een nieuw verhaal dat zich afspeelt tussen de torenflats en pubs van Birmingham. De film, getiteld I See Buildings Fall Like Lightning, volgt vijf oude vrienden die samen opgroeiden en nu de realiteit van het volwassen leven onder ogen zien in een stad die wordt gevormd door economische tegenspoed en vervagende sociale beloften.
De productie profiteert van scherpe castingkeuzes die frisse energie op het scherm brengen. Anthony Boyle, Joe Cole, Jay Lycurgo, Daryl McCormack en Lola Petticrew leiden de groep, ondersteund door een mix van ervaren acteurs en lokale niet-professionals. Hun personages delen een diepe geschiedenis uit hun schooltijd, maar volgen nu heel verschillende paden, van succes in de financiële wereld tot mantelzorg en bouwvakkerswerk.
Het verhaal is gebaseerd op de roman van Keiran Goddard en heeft een scenario van Enda Walsh. Het legt de banden van vriendschap vast via levendige feestscènes en stillere momenten van spanning, terwijl het de aantrekkingskracht van klassentegenstellingen en persoonlijke ambities benadrukt.
De titel verwijst naar de dramatische sloop van mid-century hoogbouw die de personages zich herinneren uit hun jeugd. Deze gebeurtenissen dienen als visueel motief door de hele film heen, afgewisseld met archiefbeelden van instortende torens. Verwijzingen naar eerdere overheidsbeloften voor betere huisvesting echoën echte tragedies zoals de Grenfell Tower-brand in 2017.
De film ging in première in de Directors’ Fortnight op het Filmfestival van Cannes, waar de mix van alledaags realisme en sociale commentaar een ontvankelijk publiek vond. Barnards regie bouwt voort op haar eerdere werk, hoewel recensenten opmerken dat het niet de innovatieve hoogtepunten van haar debuutfilm bereikt.
Het verhaal springt tussen de vijf centrale figuren en volgt hun individuele worstelingen en gedeelde geschiedenis. Een belangrijke subplot draait om een nieuwe appartementenontwikkeling die deels wordt gefinancierd door een van de vrienden, wat vragen oproept over wie profiteert van de herontwikkeling in de buurt.
Barnard en Walsh creëren een verhaal doordrenkt met de ritmes van het arbeidersleven, compleet met pub-bijeenkomsten, familiedruk en stille teleurstellingen. De prestaties brengen zowel genegenheid als onderliggende breuken over, vooral in scènes waarin oude loyaliteiten botsen met veranderende omstandigheden.
Hoewel het drama soms voorspelbare paden volgt naar verlies en afrekening, helpen de chemie van de cast en de authentieke accenten het materiaal te verankeren. Het resultaat biedt een hartelijke, zij het soms schematische, blik op vriendschap onder druk in het hedendaagse Groot-Brittannië.