Beninese filmmaker Aymar Esse brengt een diep persoonlijk verhaal over herstel, verbondenheid en culturele connectie naar het scherm met “My Father’s Kora” (“La Kora de Mon Père”). De Benins-Zwitserse-Duitse productie viert zijn wereldpremière op 9 augustus in de Open Doors-sectie van het Locarno Film Festival, dat sinds 2025 projecten uit 42 Afrikaanse landen heeft belicht.
De documentaire volgt Souleymane Everston Adowo Freudenreich, een Afro-Duitse transman, die naar Dakar in Senegal reist om de kora van zijn vader te herstellen. Het traditionele West-Afrikaanse snaarinstrument, vaak beschreven als een harp of luit, wordt een krachtig symbool voor Souleymanes eigen zoektocht naar zelfbegrip en acceptatie binnen een conservatieve moslimgemeenschap.
Esse beschrijft het project als een verkenning van herinnering en overdracht. De film kiest voor een poëtische, zintuiglijke benadering die luisteren naast observeren plaatst en thema’s van identiteit, geloof, stilte en de helende kracht van muziek, naaien en de zee verweeft.
Esse benadrukt dat de film niet activistisch is in de conventionele zin. In plaats daarvan nodigt hij kijkers uit om een ander te ontmoeten zonder meteen categorieën toe te kennen en de mens te herkennen vóór het label. Cinema kan volgens hem voorzichtig vaste zekerheden uitdagen.
Het is geen activistische film in strikte zin. Het is een uitnodiging om de ander te zien zonder hem haastig te definiëren, om een mens te herkennen vóór een categorie, en om te begrijpen dat cinema soms een kleine bres kan slaan in de muur van zekerheden.
Esse ontwikkelde het project via zijn bedrijf SunRise Films, met coproductie-ondersteuning van Aline Bonvin Film Video in Zwitserland, Seera Films in Duitsland en 274 Studio in Zwitserland. De film ontstond uit het Steps’ Generation Africa-programma en kreeg steun van het Swiss Cooperation Office in Benin. De Duitse première staat gepland voor september op het Afrika Film Festival Köln.
Esse ziet de kora als veel meer dan een muziekinstrument. Geworteld in Mandingue-tradities en verbonden met griots die geschiedenis en verhalen bewaren, fungeert het instrument als brug tussen generaties. Het geluid roept een kalmerende, omhullende kwaliteit op die Esse vergelijkt met stromend water.
De keuze om het verhaal te centreren rond het herstellen van de kora ontstond natuurlijk uit parallellen tussen een beschadigd instrument en een persoon die zijn plek in de wereld zoekt. Het terugbrengen van de kora naar Senegal maakte authentiek herstel mogelijk, waarbij elk onderdeel symbolische betekenis draagt: de huid staat voor het lichaam, de snaren voor Senegal en de hals voor de ruggengraat.
Esse merkt op dat Senegal een conservatieve houding heeft ten opzichte van homoseksualiteit, met juridische en sociale druk die de afgelopen jaren is toegenomen. De acceptatie die in de film wordt getoond weerspiegelt de unieke ervaring van één familie en niet bredere maatschappelijke normen.
De regisseur plaatst Souleymane eerst als een volledig mens. Liefde binnen het familieverhaal krijgt voorrang, waardoor het gewicht van identiteitslabels afneemt zodra acceptatie wordt getoond.
Esse ontdekte de ballroomcultuur tijdens het maken van de film en was getroffen door het vermogen tot diepe communicatie en gedeelde adem in een zelf gecreëerde taal. De ervaring riep bredere vragen op over wat een veilige ruimte vormt, wie die bouwt en beschermt, en hoe zulke ruimtes ontstaan te midden van geweld, politieke druk, klimaatproblemen, eenzaamheid en alledaagse worstelingen.
Vandaag de dag zijn we toch allemaal op zoek naar een vorm van beschutting? Voor geweld, voor politieke druk, voor klimaatverandering, voor eenzaamheid, voor de simpele moeilijkheid om in leven te zijn? En toch is een veilige ruimte misschien niet alleen iets wat ons wordt gegeven. Misschien is het iets wat we zelf creëren, in stilte, door vertrouwen, door een gedeelde taal, door de mensen die ons zien en ons laten zijn.