De juridische strijd van Miguel Ángel López gaat door zonder zicht op een snel einde. Na de afwijzing van het beroep door de Zwitserse Federale Rechtbank, die de vierjarige dopingstraf bevestigde, bereidt de Colombiaanse renner een klacht voor bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en onderzoekt hij andere opties om de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De Zwitserse uitspraak maakte al deel uit van de scenario’s die zijn juridische team had voorzien. Miguel Ángel López beschouwt de zaak niet als afgedaan en herhaalt zijn voornemen om door te gaan tot het einde, ook al kan het proces nog minstens vier of vijf jaar duren. Bronnen rond de zaak geven aan dat het dossier nog niet gesloten is.
De wielrenner blijft geschorst tot 24 juli 2027. Daarnaast zijn al zijn resultaten tussen 3 mei 2022 en 25 juli 2023 geschrapt en is hem een boete van 1.050.000 euro opgelegd, gelijk aan zeventig procent van zijn bruto-inkomsten uit het wielrennen in 2022.
Het juridische team van Miguel Ángel López richt zijn strategie niet alleen op mogelijk onrechtmatig verkregen bewijs. Het richt zich op een dieper aspect: de juridische kwalificatie van sancties die sporttribunalen niet als strafrechtelijk beschouwen, terwijl het Zwitserse vonnis zelf een afschrikkende functie erkent en het belang voor het algemeen belang benadrukt.
In paragraaf 5.3.6 van de uitspraak stelt de Zwitserse Federale Rechtbank dat de geldboete een repressieve en algemeen preventieve functie vervult met een duidelijk afschrikkend effect. Bij de beoordeling van de proceswaarborgen stelt het vonnis echter dat de antidopingregels geen punitief doel hebben en de integriteit van de sport willen waarborgen.
Een ander belangrijk onderdeel van de strategie is de vermeende tegenstrijdigheid tussen het TAS-arbitrale vonnis en het vonnis dat in Spanje is gewezen in het kader van operatie Ilex. Volgens de verdediging concludeerde de Spaanse strafrechter, na een groter volume aan bewijs te hebben beoordeeld, dat het gebruik van menotropine noch de verzending ervan door de wielrenner was aangetoond.
Het juridische team betwist ook het gebruik van een politieverklaring die zonder advocaat en zonder de nodige waarborgen is afgelegd. Het TAS achtte deze verklaring geldig, maar hield geen rekening met de latere versie die tijdens de mondelinge behandeling met alle proceswaarborgen is gegeven. Daarnaast stelt de verdediging dat Miguel Ángel López niet over alle documentatie beschikte die nodig was om zijn verdedigingsrechten uit te oefenen.
Parallel daaraan loopt in Spanje het strafrechtelijk onderzoek naar de vermeende illegale doorlek van vertrouwelijke informatie. Het onderzoek kijkt of bepaalde gegevens zijn doorgegeven aan de sportwereld zonder te voldoen aan de vereisten van de organieke wet op de bescherming van de gezondheid van de sporter en de bestrijding van doping. Het onderzoek zou ook de mogelijke rol van de UCI kunnen bekijken.
Terwijl de UCI het sportprocedurele dossier als gesloten beschouwt, zet Miguel Ángel López zijn volgende stappen bij de Europese justitie. De klacht bij het EHRM, de mogelijkheid om het Hof van Justitie van de Europese Unie te bereiken en de ontwikkeling van de Spaanse strafzaak houden het conflict open.