Een briefje van 50 euro meenemen naar de supermarkt en met een volle kar terugkomen is een zeldzaamheid geworden. Wat een paar jaar geleden nog een royale aankoop van basisproducten mogelijk maakte, volstaat vandaag nauwelijks om het essentiële te dekken zodra enkele gebruikelijke artikelen worden toegevoegd. De prijsstijging in voeding is direct voelbaar aan de kassa en dwingt kopers om elke beslissing nauwkeurig te overwegen.
De Organisatie van Consumenten en Gebruikers schat dat de voedselprijzen de afgelopen drie jaar met ongeveer 35 procent zijn gestegen. Dat cijfer is allesbehalve abstract en betekent in de praktijk dat je met hetzelfde bedrag aanzienlijk minder in je kar hebt.
De prijsstijging valt vooral op bij veelgebruikte artikelen zoals olie, vis, vlees en bepaalde verse producten. Zodra je er meerdere van meeneemt, is het 50 eurobiljet snel op. Het probleem zit niet alleen in de individuele stijging van enkele producten, maar in de opeenstapeling van prijsverhogingen bij elke winkelbezoek.
Die cumulatieve stijging raakt aan het eind van de maand het gezinsbudget. Consumenten reageren met nieuwe gewoontes: prijzen vergelijken tussen winkels, kiezen voor huismerken, profiteren van acties en bepaalde producten vervangen door goedkopere alternatieven.
Voor veel gezinnen vraagt het opstellen van de boodschappenlijst nu meer voorbereiding dan vroeger. Wanneer verse producten duurder worden, verdwijnen die juist het vaakst uit de kar. Fruit, vis of vlees gaan van dagelijkse aankopen naar incidentele keuzes.
Kortom, de 50 euro die vroeger verder reikte, dwingt nu tot zorgvuldig kiezen. De kar raakt minder vol, het eindbedrag loopt op en de algemene indruk onder shoppers is duidelijk: boodschappen doen is een voortdurend rekenwerk geworden.