Het Spaanse elftal heeft zich tot groepswinnaar uitgeroepen op het WK en een vroege confrontatie met Argentinië vermeden. Toch roept de balans minder enthousiasme op bij nadere analyse.
De groep was weinig veeleisend, met Kaapverdië als tweede. Spanje toonde alleen in de tweede wedstrijd zijn beste versie, tegen Saoedi-Arabië. Bondscoach Luis de la Fuente voerde vier wijzigingen door om het zwakke gelijkspel tegen de Kaapverdiërs te corrigeren.
Ondanks het vinden van een competitieve basisopstelling wijzigde de coach opnieuw twee posities voor de volgende wedstrijd, zonder dat de resultaten verbeterden.
De wedstrijd tegen Uruguay verliep zonder glans. De tegenstander oefende intense druk uit en werd in de tweede helft agressiever. De Amerikaanse scheidsrechter Ismail Elfath toonde te veel tolerantie en stuurde pas in de blessuretijd een speler van het veld.
Positief zijn de solide prestaties van de twee centrale verdedigers en de goede vorm van Baena. Het team bleef kalm onder de harde aanpak van Uruguay in de tweede helft.
Toch staat dit elftal ver af van het team dat de EK won. Verschillende sleutelspelers verkeren niet in topvorm en het spel haalt het verwachte niveau niet.
Er is ruimte voor vooruitgang. Teams die zwak starten op een WK, vinden vaak hun draai in latere rondes en tillen uiteindelijk de titel. Spanje hoopt dat ritme te vinden.
Ondertussen verlaat Uruguay het toernooi na een teleurstellend WK dat niet past bij zijn geschiedenis, onder leiding van een coach die controverse heeft veroorzaakt met zijn stijl.