Nu de eerste fase van het WK is afgerond en het aantal teams is teruggebracht van 48 naar 32, valt vooral het sterke optreden van de Afrikaanse landen op. Negen van de tien deelnemers hebben zich geplaatst voor de volgende ronde, een veel hoger percentage dan bij welke andere confederatie ook en een duidelijke vooruitgang ten opzichte van Qatar 2022.
Alleen Tunesië viel af. De rest, waaronder opkomende landen als Marokko, Egypte en Zuid-Afrika, overleefde de groepsfase. Europa levert met dertien teams nog steeds de meeste deelnemers, gevolgd door Zuid-Amerika met vijf en Concacaf met drie. Azië en Oceanië zakken terug naar slechts twee teams in de achtste finales.
De belangrijkste reden voor deze vooruitgang is de grote aanwezigheid van Afrikaanse spelers in de topcompetities van Europa. De Premier League, de Ligue 1, de Bundesliga en LaLiga tellen tal van talenten die wekelijks tegen de besten ter wereld spelen. Namen als Sadio Mané, Thomas Partey, Yoane Wissa en Amad Diallo laten zien dat het verschil in intensiteit en niveau is verdwenen.
Ook de technische staf heeft een belangrijke rol gespeeld. De huidige bondscoaches, vaak met ervaring in Europa, kiezen posities op basis van geschiktheid in plaats van reputatie. De teams zijn geen losse verzameling individuele sterren meer, maar georganiseerde eenheden die een plan vasthouden gedurende negentig minuten.
De opleidingsinfrastructuur is sterk verbeterd, vooral in Marokko met het Mohammed VI-complex en in landen als Senegal en Ivoorkust. Jongeren arriveren beter voorbereid in Europa. Daarnaast is de huidige generatie opgegroeid met successen van legendes als Didier Drogba, Samuel Eto'o, Michael Essien en Yaya Touré, wat de collectieve mentaliteit heeft veranderd in een wil om te winnen.
De verdeling per confederatie laat het effect van de uitbreiding duidelijk zien: Afrika haalt 90 procent (9 van 10), Zuid-Amerika 83,3 procent (5 van 6) en Europa 81,3 procent (13 van 16). Concacaf komt uit op 50 procent en Azië plus Oceanië blijven steken op 20 procent. Hoewel alleen Marokko en Egypte als duidelijke favorieten aan de achtste finales beginnen, is Afrika niet langer een belofte maar een gevestigde waarde in het wereldvoetbal.