De terugkeer van Racing naar de hoogste divisie van het Spaanse voetbal na veertien jaar vroeg om een feest op het niveau van Primera. Het Cantabrische team begreep dat al vanaf het eindsignaal van de wedstrijd tegen Valladolid op zaterdag en deze zondag ging de viering verder op een rustiger maar even emotionele toon.
Een open bus bracht de selectie langs de meest iconische straten van de Cantabrische hoofdstad. De route voerde langs de Túnel de Valdecilla, Cuatro Caminos, La Marga, Marqués de la Hermida, het Pasaje de Peña, Calvo Sotelo, de Paseo de Pereda, Reina Victoria en de Plaza de Italia.
De trottoirs stroomden vol met supporters die de spelers toejuichten. Arana trok de aandacht met groen geverfd haar, Manu Hernando droeg een valse baard ter ere van Villalibre en Mantilla leidde de stoet met veel enthousiasme.
Het meest aangrijpende moment vond plaats voor de deuren van het Hospital Universitario Marqués de Valdecilla. De bus stopte zodat spelers en bestuurders de patiënten die de viering vanuit de ramen volgden, konden applaudisseren. Het gebaar werd beantwoord met ovaties van de opgenomen patiënten en hun familieleden.
De viering bereikte zijn hoogtepunt in een stampvol Sardinero. Zonder Chema Puente, maar met het hele racinguismo dat uit volle borst ‘Santander la Marinera’ zong, laaide de feestvreugde op bij de Fuente de Cacho.
Sebastián Ceria, Manolo Higuera en Chema Aragón, beter bekend als ‘el que ficha’, waren de eersten die een groot applaus kregen. Sangalli stelde een voor een alle spelers voor, waarna de trompet van Villalibre het slotakkoord vormde.
Het publiek eiste dat Peio Canales en Gustavo Puerta zouden blijven en José Alberto werd door de spelers in de lucht geworpen als blijk van waardering voor de trainer.