Fandango Sales heeft de internationale verkooprechten verworven van het drama van regisseur Sergio Castro-San Martín “The Chilean” kort voor de wereldpremière op het Locarno Film Festival.
Het verhaal speelt zich af in 1976. De Chileense mijnwerker Aldo Marín ontvlucht het politieke regime in zijn vaderland en belandt in Turijn. Daar ontmoet hij Luciana, een arts die illegale abortussen uitvoert. Zijn poging een nieuw leven op te bouwen loopt voortdurend gevaar door een vaardigheid die tegelijkertijd een last is: het vermogen om bommen te maken.
Sergio Castro-San Martín ziet de jaren zeventig als een cruciaal tijdperk voor beide landen. Hoewel de politieke uitkomsten verschilden, deelden de sociale bewegingen in Italië en Chili dezelfde kernmotieven, aldus de regisseur.
Over die periode spreken betekent in veel opzichten terugkeren naar het begin van de grote migratiegolven in Chili en Latijns-Amerika die door gedwongen ballingschap werden veroorzaakt. Vandaag lijkt datzelfde gevoel weer op te komen. Niet noodzakelijk via straatdemonstraties, maar in de digitale wereld.
Hij benadrukt hoe moeilijk het is om een periodefilm te maken die ook nu relevant aanvoelt. Films die zich afspelen in politiek geladen tijden glijden snel af naar propaganda of belerende toon, maar “The Chilean” vermijdt die valkuilen bewust.
Camilo Arancibia speelt de hoofdrol als Aldo. Sara Serraiocco, Gaetano Bruno, Andrew Bargsted en Lorenzo Richelmy vervolledigen de hoofdrollen. De productie komt van Dispàrte, Equeco en Cinédokké in samenwerking met Redibis Film.
De film is geïnspireerd op het boek “Aldo Marín, Carne de Cañón” van Juan Cristóbal Guarello, maar kiest een eigen weg. In het boek wil de hoofdpersoon terugkeren naar Chili om Pinochet te doden. In de film is Aldo’s doel eenvoudiger en universeler: hij wil herenigd worden met zijn vrouw en zoon, waarvoor hij geld moet verdienen.
Door de focus zo te verleggen overstijgt het verhaal ideologische grenzen en wordt het een diep menselijk verhaal. Ballingschap leidt ons op die manier vanzelf naar een van de meest prangende sociale kwesties van vandaag: immigratie. Dat thema doordringt elke laag van de film.
Castro-San Martín wilde dat de dialogen een verdeelde wereld weerspiegelen. Chilenen spreken Italiaans terwijl Italianen Spaans spreken. Politie en militanten moeten elkaars taal leren, in navolging van het guerrillaprincipe om je vijand te kennen.
Aldo’s hart blijft in Chili terwijl zijn lichaam in Italië leeft. Luciana draagt haar eigen littekens. Samen vertegenwoordigen ze een militante linkerzijde die zich verlaten voelt door partijen, leiders en verloren utopieën. De personages bewegen zich als geesten door de straten, geïsoleerd en gedwongen zichzelf opnieuw uit te vinden.
Ik plant de bommen niet. Ik maak ze alleen.
De regisseur beschrijft Aldo als een tikkende tijdbom. Elke scène bouwt stilletjes op naar een onvermijdelijke ontploffing. De kijker voelt dat er een explosie aankomt, maar kan niet voorspellen wanneer of hoe die zal plaatsvinden.