Orson Welles had een scherp oog voor cinematografische techniek en aarzelde nooit om zijn mening daarover te geven. In een reeks gesprekken die zijn samengesteld in Peter Bogdanovichs boek This Is Orson Welles, deed de regisseur gerichte uitspraken over hoe een scène het best kan worden geframed en waarom bepaalde benaderingen het verhaal effectiever dienen dan andere.
Bij het reflecteren op de Franse filmmaker Jacques Tati merkte Welles op dat comedy vaak het best werkt wanneer die in een totaalshot wordt vastgelegd. Hij legde uit dat performers zoals Tati aan impact verliezen wanneer de camera te dichtbij komt. De opmerking kwam tijdens gesprekken die jaren besloegen en ook Welles’ eigen ervaringen achter de camera behandelden.
I think, if we want to be really accurate, comedy is a medium full shot. The true long shot is tragedy again. You know, there are performers — Jacques Tati, for instance — who are only good in a full figure. Move in on Tati, and he literally disappears.
Welles voegde eraan toe dat de meeste close-ups in zijn eigen films uit noodzaak voortkwamen en niet uit voorkeur. Hij hield er waar mogelijk aan vast de camera op afstand te houden, zodat het publiek de volledige compositie kon opnemen en zelf details kon ontdekken.
Welles toonde deze filosofie al vroeg in zijn carrière. In Citizen Kane ensceneerde hij een van de meest geprezen long takes toen de jonge Charles Foster Kane uit zijn huis wordt weggehaald. De camera beweegt vloeiend door het huis, blijft even bij de keukentafel hangen en gaat vervolgens naar buiten in de sneeuw, waar het leven van de jongen verandert.
Die sequentie blijft een iconisch voorbeeld van hoe een enkele, lang aangehouden shot emotie, informatie en een narratieve wending kan overbrengen zonder te vertrouwen op cuts of close-ups.
Niet elke filmmaker volgt dezelfde weg. Regisseurs als Tony Scott bouwden hun carrière op snelle montage die voortkwam uit reclamewerk, maar zij plaatsten de camera eveneens waar die het verhaal diende. Welles’ voorkeur voor langere takes benadrukt één geldige benadering onder vele, en die vereist precieze blocking en timing om te slagen.
De overgang naar digitale hulpmiddelen heeft extended shots gemakkelijker gemaakt om te proberen, hoewel Welles werkte in een tijd waarin filmrolletjes elke take beperkten tot ongeveer tien minuten. Die beperking vroeg om zorgvuldige planning en uitvoering, omdat mislukte pogingen verspilde footage betekenden.
Welles was doorlopend citeerbaar over het filmvak in de interviews die Bogdanovich verzamelde. Lezers die meer van zijn observaties willen lezen, zullen het volledige boek een waardevolle bron vinden om zijn methodes en meningen over collega’s en technieken te begrijpen.