Regisseur Marco Bechis verwerkt zijn eigen overleving van de Argentijnse militaire coup van 1976 in de film Back to Buenos Aires (Ritorno a Buenos Aires), een inzending voor de competitie in Venetië. De film volgt een voormalige politieke gevangene die dertig jaar later terugkeert om te getuigen tegen zijn vroegere beulen.
De film opent in 2008 in Turijn, waar paramedicus Mariano, gespeeld door Adriano Giannini, worstelt na een zware dienst en herhaaldelijk oproepen krijgt om voor een Argentijnse rechtbank te verschijnen. Met tegenzin reist hij naar Buenos Aires, waar het verhaal zich verplaatst naar de rechtszaal en flashbacks zijn verleden als jonge activist onthullen die tijdens de coup werd opgepakt.
Bechis, een van de weinige slachtoffers van gedwongen verdwijning die het overleefde, vult het verhaal met historische details uit zijn ervaring in het beruchte detentiecentrum Garage Olimpo. Het scenario toont hoe voormalige medegevangenen Mariano met argwaan bekijken zodra zijn rol als gevangenishulpverlener onder de bewakers duidelijk wordt.
Giannini levert een grotendeels zwijgende, bezwete prestatie die diepe schuld en fysieke littekens van marteling overbrengt. Bijrollen zijn onder meer Verónica Gerez als dochter van een voormalige kameraad en Ana Celentano als mede-overlevende met wie Mariano een relatie aangaat. De krachtigste scènes spelen zich af in de lege garage waar kleine cellen nog op de vloer gemarkeerd staan.
Hoewel de productie lof oogst voor psychologische authenticiteit en verwijzingen naar junta-gruwelen zoals de dodenvluchten, merkten recensenten een bedachtzaam tempo op dat soms spanning mist. Een subplot rond een artsfiguur overtuigt minder dan de centrale verhaallijn.
Het verhaal eindigt in de rechtszaal, waar Mariano mogelijke aanklachten onder ogen ziet voor zijn handelingen in gevangenschap. Bechis toont een man die leert leven met trauma in plaats van het te ontvluchten en biedt een afgewogen blik op verantwoordelijkheid en overleving decennia na de dictatuur.