De econoom en professor Gonzalo Bernardos heeft gewezen op een van de grootste uitdagingen die Spanje de komende decennia te wachten staat: de toekomst van het pensioenstelsel en de leeftijd waarop werknemers met pensioen kunnen. Volgens hem voelt een groeiend aantal mensen die bijna 60 zijn zich uitgeput en wil het zo snel mogelijk stoppen met werken.
Bernardos benadrukt de stijgende levensverwachting en de toenemende vergrijzing als belangrijke factoren. In de komende jaren krijgt Spanje te maken met meer gepensioneerden en een kleiner aandeel werkenden om het publieke stelsel te dragen.
“Mensen van 55, 56 of 57 jaar zeggen dat ze genoeg hebben van werken en met pensioen willen. Dat is niet mogelijk”, aldus de econoom bij de analyse van de ontwikkeling van het pensioenstelsel. Het probleem zit niet alleen in de wensen van werknemers, maar in een demografische verschuiving die de bevolkingsstructuur van het land volledig verandert.
In 2026 ligt de normale pensioenleeftijd op 66 jaar en 10 maanden voor wie minder dan 38 jaar en 3 maanden heeft gewerkt. Wie aan die voorwaarde voldoet, kan met 65 jaar stoppen. Deze leeftijd blijft geleidelijk stijgen tot 67 jaar in 2027 voor wie niet aan de vereiste werkjaren komt.
De professor verwacht dat de effectieve pensioenleeftijd geleidelijk omhoog moet en wijst 2040 aan als een bijzonder kritiek punt. Zonder ingrijpende hervormingen wordt het moeilijk om de huidige voorwaarden te handhaven, omdat de demografische realiteit het stelsel haar eigen regels zal opleggen.
Het pensioendebat komt daarmee weer centraal te staan in het economische gesprek. Voor veel werknemers kan het verlengen van de loopbaan na tientallen jaren werken zwaar vallen, terwijl het voor het stelsel een van de grootste uitdagingen van de komende generaties vormt.