Fernando Alonso finishte als negende in de Grand Prix van Nederland na een strategie met één pitstop minder dan de meeste concurrenten. De Asturiër miste nét de erkenning als coureur van de dag in een race waarin zijn tempo en sterke eerste ronde opvielen.
Een goede start leverde hem drie plaatsen op in de openingsronde en hij hield een competitief tempo gedurende de hele race. Zijn prestatie werd bijna even hoog gewaardeerd als die van Lando Norris, die een sterke inhaalrace reed door Kimi Antonelli en Lewis Hamilton te passeren voor zijn tweede zege van het seizoen na Hongarije.
Hamilton, die een groot deel van de race aan de leiding lag, eindigde als dertiende en verdedigde de tweede plaats fel tegen Antonelli. Alonso deed het duidelijk beter en toonde aan dat hij met de huidige auto al kan meedoen in het midden- en voorste deel van het veld.
De Spaanse coureur behoudt een speciale aantrekkingskracht onder volgers van de klasse wereldwijd. Dat charisma levert hem sinds zijn terugkeer met een auto die kan strijden om echte resultaten een constante erkenning op. In de huidige grid zorgen figuren als Max Verstappen en Alonso zelf voor een extra dosis uitstraling die niet iedere coureur bezit.
De komende ontwikkelingen van het chassis, dat mogelijk al in Monza het minimumgewicht van 768 kilogram voor het 2026-reglement haalt, en de verbeterde rijeigenschappen van de nieuwe Honda-motor moeten Alonso in staat stellen om ambitieuzere duels aan te gaan. De balans tussen motor en chassis wordt naar verwachting gunstiger in de race op Madring dan in Italië.
Met die vooruitgang hoopt de Asturiër in de komende races een kwalitatieve sprong te maken.