Egoitz Bijueska, de 15-jarige skater die in maart wereldkampioen werd in de Park-discipline, is vorige week teruggekeerd naar Spanje na een intensief competitieprogramma. Zijn prestatie maakt hem tot de jongste individuele sporter in de geschiedenis van de Spaanse sport, maar de terugkeer brengt een ongemakkelijke realiteit met zich mee: er bestaan geen eersteklas faciliteiten in het land waar hij adequaat kan trainen.
De vertraging in zijn terugkeer was zowel te wijten aan zijn competitieagenda als aan het ontbreken van een fatsoenlijk skatepark in heel Spanje. Bijueska heeft zijn wens uitgesproken om weer bij zijn vrienden te zijn en te trainen in een vertrouwde omgeving, iets wat veel topsporters opofferen, maar dat met een concrete investering kan worden opgelost.
De Consejo Superior de Deportes heeft in besloten kring interesse getoond in het creëren van faciliteiten van dit niveau, maar heeft nog geen concrete stappen gezet. De Generalitat heeft daarentegen terreinen aangeboden in Castelldefels, aan de rand van Barcelona, om de ontwikkeling van het skateboarden te stimuleren, een sport die aansluit bij actuele maatschappelijke trends. De definitieve impuls hangt echter af van de centrale overheid, die tot nu toe alleen intenties heeft getoond zonder over te gaan tot uitvoering.
Bij het skateboarden, waar twintigjarige atleten al moeite hebben om het tempo van tieners bij te houden, is het cruciaal dat een park van deze kwaliteit wordt gebouwd tijdens de hoogtijdagen van Bijueska. De Spaanse geschiedenis kent pioniers die successen behaalden met nauwelijks middelen, maar de tijden zijn veranderd en de huidige sportbudgetten zijn ruimer. Voorbeelden zoals Queralt Castellet, olympisch medaillewinnares in het snowboarden, en Lucas Eguibar, wereldkampioen in dezelfde discipline, laten zien dat successen mogelijk zijn ondanks de obstakels.
Het voorbeeld van Bijueska vormt een directe toets voor het Spaanse sportbeleid. Het gaat niet om het bouwen van een olympisch stadion of het opstellen van langetermijnplannen, maar om een concrete en snelle stap. De terreinen bestaan, de institutionele wil is uitgesproken en alleen de definitieve handtekening ontbreekt. Met het oog op de Spelen van Los Angeles rijst de vraag of Spanje kan pronken met prestaties die het niet met infrastructuur heeft ondersteund.