FC Barcelona kroonde zich voor de twaalfde keer tot winnaar van de Copa de la Reina na Atlético de Madrid met 3-1 te verslaan in het Estadio de Gran Canaria. De treffers van Marta Pina, Esmee Brugts en Salma Paralluelo stelden de blaugranas in staat het nationale seizoen af te sluiten met een nieuwe trofee en hun dominantie in het Spaanse vrouwenvoetbal te bevestigen.
Beide teams namen lichte wijzigingen door in hun gebruikelijke opstellingen. Pere Romeu liet Irene Paredes en Aitana Bonmatí op de bank, terwijl Atlético-coach Manolo Cano koos voor een defensiever systeem zonder Gio en Otermín in de basis. Vanaf het begin namen de blaugranas de balbeheersing over en creëerden de eerste kansen.
Atlético probeerde te reageren via counterattacks, maar Barcelona hield de balbezit vast en wachtte het juiste moment af. Marta Pina opende de score kort voor rust door een losse bal in de zestien te benutten en Lola met een precies schot te verschalken.
Na de openingstreffer breidde Barcelona de voorsprong snel uit. Esmee Brugts kopte een voorzet van Vicky López binnen voor de 2-0. Enkele minuten later profiteerde Salma Paralluelo van een fout in de uitbouw van Atlético en tikte de bal in de goal voor de 3-0 voor de rust.
In de tweede helft probeerde Atlético met aanvallende wissels de achterstand te verkleinen. Bøe Risa scoorde van afstand de eerredder voor de rood-witten, maar Barcelona bleef de wedstrijd zonder veel problemen controleren. De regen in de slotfase zorgde voor extra dramatiek, maar veranderde niets aan de uitslag.
Pere Romeu bracht Aitana Bonmatí en Kika Nazareth in de slotminuten. De Spaanse international kreeg een groot applaus van het publiek. Ook Marta Torrejón viel op, die nu al 13 Copa de la Reina-titels op haar naam heeft staan.
Atlético probeerde met de invallers Otermín, Bartel en Chinchilla nog iets te forceren, maar kwam niet meer dicht genoeg bij de score. Barcelona sloot zo opnieuw een finale met gezag af en boekt zijn twaalfde bekerzege.