De eerste dagen van de transfermarkt zijn amper voorbij en de drie grote clubs van het Spaanse voetbal hebben al significante stappen gezet om het volgende seizoen voor te bereiden.
Het WK heeft de transferoperaties naar de achtergrond verdrongen, hoewel de stroom van gesloten of gevorderde deals in deze weken opvallend is geweest.
De kampioen van de vorige competitie was een van de eerste die in actie kwam. Barcelona rondde de komst af van de Engelse aanvaller Anthony Gordon voor een totaalbedrag van 80 miljoen euro, inclusief bonussen. De blauwegrana-club heeft de komst van aanvaller Adeyemi voor 22 miljoen plus zeven in variabelen vrijwel rond en onderhandelt nog over de terugkeer van rechtsback Cancelo.
De beweging in het Camp Nou is constant. De naam van Julián Álvarez staat centraal in de inspanningen, terwijl mogelijke vertrekken op verschillende posities worden bekeken, waaronder die van Ferran, Koundé en Casadó. Trainer Flick beschikt al over een solide basis voor de basiself.
Bij Real Madrid kwam het proces in een stroomversnelling na de presidentsverkiezingen. Het jaar zonder titels en de komst van Mourinho op de bank leidden tot een reeks aankopen op hoog niveau.
De transfers op nul euro van Bernardo Silva en Ibrahima Konaté komen bovenop de betaalde contracten van Marc Cucurella voor 55 miljoen plus vijf in variabelen en Denzel Dumfries voor 20 miljoen. Het uitgesproken doel is het heroveren van de dominantie in zowel Spanje als Europa.
Bij Atlético de Madrid wordt een lange periode met veel in- en uitgaande transfers verwacht. De situatie van Julián Álvarez trekt bijzondere aandacht in het Metropolitano.
Sportief directeur Mateu Alemany heeft al twee aankopen op Championsniveau afgerond: Alejandro Grimaldo voor 15 miljoen plus vijf in variabelen en Morten Hjulmand voor 40 miljoen. Het volgende doelwit is Kang in Lee, waarvoor naar verwachting zo’n 35 miljoen aan PSG betaald moet worden.
Trainer Simeone krijgt nieuwe spelers die het basiselftal in beslissende wedstrijden kunnen veranderen.