Velen vragen zich af waarom Antarctica aanzienlijk lagere temperaturen kent dan de wateren in het noordpoolgebied. De belangrijkste verklaring ligt in de werking van de Antarctische circumpolaire stroom, de grootste oceaanstroom ter wereld, die het continent omringt en isoleert van de rest van het mondiale klimaatsysteem.
Deze stroom vervoert een watervolume dat meer dan honderd keer groter is dan de gezamenlijke afvoer van alle rivieren op aarde. Metingen in de Drakepassage tonen aan dat de stroom tussen de 140 en 170 miljoen kubieke meter water per seconde verplaatst, een omvang die nergens anders in de huidige oceanen wordt geëvenaard.
Door constant oostwaarts rond Antarctica te stromen, fungeert de stroom als een thermische barrière die warmte-uitwisseling met de warmere wateren in het noorden voorkomt en zo bijdraagt aan de extreme afkoeling van het continent.
Tientallen jaren lang schreven wetenschappers de vorming van deze stroom vooral toe aan de opening van de oceanische passages tussen Antarctica, Zuid-Amerika en Australië. Een recent klimaatmodelleringonderzoek toont echter aan dat die passages op zichzelf onvoldoende zijn om de ontwikkeling te verklaren.
Ongeveer 34 miljoen jaar geleden, tijdens de overgang van het Eoceen, verbreedden en verdiepten de bewegingen van de tektonische platen de Drakepassage en de Tasmaanse passage. Toch blijkt uit de simulaties dat een extra factor nodig was voordat de stroom haar huidige omvang bereikte.
Pas toen Australië verder van Antarctica verwijderd raakte en de sterke westenwinden rechtstreeks over de Tasmaanse doorgang bliezen, kon de stroom zich volledig ontwikkelen.
De computermodellen toonden aan dat de stroom pas haar kolossale vorm bereikte toen de oceanische passages samenvielen met de krachtige westenwinden. Deze combinatie maakte een continue en massale stroming mogelijk die tot op de dag van vandaag voortduurt en het klimaat van Antarctica verder isoleert.