In 1987 leverde regisseur Brian De Palma een weelderig gangsterdrama dat elementen uit het Wilde Westen combineerde met het Chicago uit de droogleggingstijd. De film werd een commercieel succes en haalde wereldwijd bijna 190 miljoen dollar op met een budget van 25 miljoen dollar, terwijl hij vier Academy Award-nominaties en één Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol opleverde.
De productie had Kevin Costner in de hoofdrol als een vastberaden federale agent die een onwaarschijnlijk team samenstelt om het imperium van misdaadbaas Al Capone, gespeeld door Robert De Niro, te ontmantelen. Sean Connery leverde een opvallende prestatie als ervaren straatagent die in de speciale eenheid wordt opgenomen. De muziek kwam van componist Ennio Morricone, terwijl toneelschrijver David Mamet het scenario leverde.
Twee van de invloedrijkste stemmen van die tijd, Pauline Kael en Roger Ebert, waren het eens in hun negatieve oordeel over de film, terwijl veel andere recensenten hem juist prezen. Hun overeenstemming viel op omdat de critici zelden dezelfde releases zo kort na elkaar bespraken tijdens hun overlappende carrières.
Het project was Brian De Palma's eerste poging om een bekende tv-serie te verfilmen. Later zou hij terugkeren naar vergelijkbaar bronmateriaal met een andere grote franchise. Ondanks de kritiek zorgden het sterke publieksbereik en de erkenning met prijzen ervoor dat de film een vaste plek kreeg in het oeuvre van de regisseur.