De dodelijkste aanval van het kampioenschap werd volledig geneutraliseerd tegen Spanje, dat een onberispelijke demonstratie van teamsspel gaf.
De Spaanse voetballers speelden met een duidelijk beeld van de wedstrijd, goed ondersteund door hun teamgenoten. Ze wisten de bal met inzicht te beheren en hem met intensiteit terug te winnen telkens wanneer ze hem verloren.
De hele prestatie draaide om Rodri, die fungeerde als de veldmaarschalk van het team.
De grote aanvallers van Frankrijk kregen de bal nauwelijks. Ze pasten zich niet volledig aan het ritme van de wedstrijd aan en raakten gefrustreerd door het gebrek aan ruimte.