De Spaanse selectie heeft in de eerste twee wedstrijden van het WK 2026 een opvallend sterke verdediging laten zien. De tegenstanders Kaapverdië en Saoedi-Arabië wisten slechts twee schoten tussen de palen van doelman Unai Simón te krijgen. Spanje behoort tot het kleine groepje landen dat in deze openingsfase van het toernooi nog geen tegendoelpunt heeft geïncasseerd.
Het laatste doelpunt dat de selectie in een wereldkampioenschap incasseerde, viel in de 51e minuut van de derde groepswedstrijd tegen Japan in Qatar. Dat doelpunt zorgde destijds voor discussie omdat de VAR controleerde of de bal volledig over de doellijn was gegaan vóór de beslissende pass. Sindsdien staat de teller op 339 minuten zonder tegendoelpunten: de resterende 39 minuten tegen Japan, de 120 minuten tegen Marokko en de 180 minuten die tot nu toe in het huidige WK zijn gespeeld.
Drie opeenvolgende wedstrijden zonder tegendoelpunten in een WK kent één beter precedent. Dat gebeurde tijdens het succesvolste toernooi uit de recente geschiedenis van Spanje, het WK Zuid-Afrika 2010. Na de treffer van Chili in de 47e minuut van de groepsfase hield Iker Casillas zijn doel schoon in de knock-outduels tegen Portugal, Paraguay, Duitsland en in de met verlengingen gespeelde finale tegen Nederland.
Juist de Nederlanders maakten vier jaar later een einde aan die periode zonder tegendoelpunten. De treffer van Robin van Persie in Salvador de Bahía bracht het historische record op 477 minuten zonder tegendoelpunt.