De tijden dat elke interland als een vuurproef voor het prestige van het Spaanse voetbal werd beleefd, liggen achter ons. Tegenwoordig hebben de oefenwedstrijden die lading verloren en worden ze steeds vaker gezien als informele gelegenheden die in veel gevallen bedoeld zijn om spelers met een cap tevreden te stellen.
In de laatste selectieronde was er opnieuw een voorbeeld van deze trend. Acht spelers maakten hun debuut in het nationale shirt en alle leden van de ondersteunende groep kregen minuten. Toch zal de overgrote meerderheid van hen geen deel uitmaken van de selectie voor het komende wereldkampioenschap.
Het royaal uitdelen van internationaliteiten wint steeds meer terrein. Wat vroeger een kans was om het echte niveau van de selectie te meten, is nu een routineklus in de kalender geworden.
Voetballers waarderen elk debuut, maar de collectieve betekenis van deze wedstrijden is veranderd. Het gaat niet langer om het verdedigen van de eer van een land tegen toptegenstanders, maar om het nakomen van een speelschema dat kansen biedt aan spelers die in officiële wedstrijden waarschijnlijk niet meer terugkeren.