Londen is deze week gastheer van het eerste Premier Padel-toernooi op Britse bodem. Het London P1, dat van 3 tot 9 augustus in Olympia wordt gehouden, start dinsdag 4 augustus met de hoofdfase en brengt de topfiguren van het circuit samen in een stad waar padel nog maar enkele jaren geleden opkwam.
Het evenement overstijgt het puur sportieve. Voor het eerst komt de hoogste wereldcompetitie naar een markt die nog in ontwikkeling is, in tegenstelling tot de gevestigde markten in Spanje, Italië of Zweden. Het Global Padel Report 2026, opgesteld door Playtomic en Strategy&, plaatst het Verenigd Koninkrijk onder de hotspotmarkten, waar de vraag het aanbod overtreft en de opening van nieuwe faciliteiten de groei stimuleert. Het land telt inmiddels meer dan 850.000 beoefenaars, bijna 600 clubs en meer dan 1.500 banen volgens gegevens uit 2025.
Om deze transformatie te begrijpen is de stem van Miguel Gascón van groot belang. De 35-jarige Spaanse trainer uit Alcázar de San Juan werkt als Head Padel Coach bij The Padel Hub aan de opleiding van trainers en het creëren van community-ervaringen in Britse clubs.
Gascón kwam naar het Verenigd Koninkrijk toen padel er vrijwel onbekend was. Sindsdien heeft hij de evolutie van dichtbij gevolgd: van een sport die bijna uitsluitend door Spaanse spelers en trainers werd beoefend naar een ecosysteem met lokale clubs, Britse investeerders en een groeiende autochtone gemeenschap.
We beleven een boom omdat de groei van de afgelopen jaren spectaculair is geweest, maar tegelijkertijd staat het Verenigd Koninkrijk, vergeleken met Spanje, Italië en zelfs Zweden, nog maar aan het begin. Wanneer een stad als Londen een Premier Padel-toernooi organiseert, wordt de sport niet langer gezien als een voorbijgaande hype, maar als een discipline met een serieuzere toekomst.
In het begin reageerden veel Britten verbaasd als het over de sport ging. Vandaag staan clubs op wachtlijsten, schieten vastgoedprojecten uit de grond en zien investeerders in padel een zakelijke kans. De echte vooruitgang, aldus Gascón, is dat de sport zich integreert in het dagelijks leven van de beoefenaars dankzij academies, competities en evenementen.
Het grootste obstakel is niet het gebrek aan belangstelling, maar het beschikbare terrein. In Londen is het extreem duur en ingewikkeld om geschikte locaties te vinden. De groei verschuift naar het westen en zuidwesten van de hoofdstad en naar gebieden als Slough, Reading of Surrey, waar grotere faciliteiten makkelijker te realiseren zijn.
Een lege baan levert geen inkomsten op. Clubs moeten de bezetting maximaliseren met lessen, toernooien, kinderprogramma’s en sociale activiteiten. Gascón benadrukt dat succes afhangt van het opbouwen van een gemeenschap, niet alleen van infrastructuur.
Het profiel van de spelers is veranderd. Spanjaarden en Latijns-Amerikanen zijn niet langer in de meerderheid. Steeds meer Britten, afkomstig uit tennis of andere sporten, families en professionals na het werk vullen de banen. Ook beginnen lokale trainers op te komen die het werk van de Spanjaarden aanvullen.
Gascón waarschuwt dat het knelpunt niet zozeer bij de banen ligt, maar bij de professionals die ze moeten vullen. Het huidige model kent veel freelancers. De toekomst vraagt om fulltime trainers die in de clubs zijn geïntegreerd en die binding en regelmatige speelgewoonten creëren. De Brexit heeft de komst van Spaanse trainers bemoeilijkt, waardoor het Verenigd Koninkrijk zijn eigen opleidingsstructuur moet ontwikkelen.
Het geld is er en de projecten stapelen zich op. Toch herinnert Gascón eraan dat het bouwen van banen geen garantie voor succes is: padel is een beheersbedrijf. De sterkste clubs diversifiëren hun inkomsten met cafés, evenementen en academies. Over vijf jaar verwacht de Spaanse trainer meer clubs, meer Britse trainers en een gevestigde gemeenschap waarin niemand meer hoeft uit te leggen wat padel is.