De schrijver Arturo Pérez Reverte heeft op zijn sociale media een ironische reflectie gedeeld over de noodzaak van een cultureel paspoort in Europa. De academicus van de Real Academia Española wijst erop dat de Europese Unie alledaagse details reguleert zoals de doppen van flessen mineraalwater en suggereert dat het nuttiger zou zijn om wetgeving te maken over de historische kennis van wie het continent bezoekt.
In zijn tekst betoogt Reverte dat de echte Europese grens niet geografisch, maar intellectueel is. Volgens hem bevinden de echte barbaren zich al geruime tijd binnen de grenzen en noemt hij gewone burgers als voorbeelden van dat gebrek aan cultuur. De schrijver benadrukt dat de huidige focus op externe dreigingen afleidt van diepere interne problemen.
Het culturele paspoort zou basisvragen over de Europese geschiedenis bevatten. Reverte geeft concrete voorbeelden: wie antwoordt dat Leonardo da Vinci Las meninas schilderde of dat het Parthenon een Romeins monument is, wordt automatisch afgewezen. De afwijzing geldt zonder persoonlijke uitzonderingen voor toegang tot musea, monumenten en cultureel erfgoed.
No es nada personal, imbécil. Simplemente, no lo merece.
Reverte concludeert dat dit utopische paspoort drieduizend jaar Europese herinnering en het idee van cultuur als echte grens die verdedigd verdient te worden, zou beschermen. Hij erkent dat het idee elitair kan klinken, maar benadrukt dat het daar juist om gaat: een minimum aan kennis handhaven om het gemeenschappelijke erfgoed te waarderen.