De onshore yuan sloot zijn langste reeks dagelijkse winsten in drie decennia af nadat de People’s Bank of China banken opdroeg meer vreemde valuta in reserve te houden.
De munt daalde met maximaal 0,4 procent tot 6,6728 tegenover de dollar in onshore handel, waarmee een reeks van 13 opeenvolgende stijgingen werd verbroken. Die reeks was de langste sinds 1996. In offshore handel was een vergelijkbare daling van maximaal 0,3 procent te zien.
De centrale bank verhoogde de verplichte reserve ratio voor vreemde valuta met twee procentpunten, van 4 procent naar 6 procent. De wijziging gaat in op 15 november en verplicht banken extra vreemde valuta aan te houden, waardoor het beschikbare dollar aanbod afneemt en de opwaartse druk op de yuan afneemt.
De maatregel is bedoeld om het tempo van de yuan appreciatie te matigen in plaats van de richting om te keren. Hoewel het officiële doel is het beheer van de deviezenliquiditeit te versterken, zendt de stap ook een duidelijk beleidssignaal dat de autoriteiten overmatige en snelle yuan appreciatie willen voorkomen.
De yuan is dit jaar met meer dan 4 procent gestegen tegenover de dollar en presteert daarmee beter dan de meeste andere Aziatische munten. Sterk stijgende exporten, omvangrijke conversie van buitenlandse inkomsten door bedrijven en de bereidheid van de centrale bank een sterkere munt te accepteren hebben de stijging ondersteund, ook al heeft de verwachting van hogere Amerikaanse rentes de dollar gesteund.
De PBOC verhoogde de ratio voor het laatst in december 2021, toen financiële instellingen 9 procent van hun vreemde valuta in reserve moesten houden. Die stap volgde op een eerdere verhoging met twee procentpunten in juni van datzelfde jaar.
De maatregel zal ongeveer 24 miljard dollar uit de markt halen. Dat is relatief laag vergeleken met de maandelijkse netto FX-verkoop van 30 miljard dollar dit jaar. De stap is symbolisch. Meer maatregelen zijn mogelijk als de marktonevenwichtigheid aanhoudt.