Het gelijkspel van Spanje tegen Kaapverdië had een onverwachte held. Vozinha, de 40-jarige internationale doelman die uitkomt voor Chaves in de Portugese tweede divisie, leverde een sterke prestatie en hield aanvallers als Ferran Torres, Mikel Oyarzabal, Fabián Ruiz en Lamine Yamal in bedwang.
Zijn marktwaarde bedraagt slechts 50.000 euro, een bedrag dat minder dan 0,1 procent vertegenwoordigt van de investering die Real Madrid deed in Marc Cucurella. De wedstrijd toonde echter dat het voetbal nog altijd verrassingen in petto heeft, zelfs wanneer de hiërarchie duidelijk lijkt.
De prestatie van de Kaapverdische keeper riep herinneringen op aan andere periodes waarin Spanje onverwachte tegenslagen leed op wereldkampioenschappen. Van de elleboogstoot van Tassotti op Luis Enrique tot de arbitale controverses in Zuid-Korea, de reddingen van Pfaff in Mexico 1986 en de fout van Zubizarreta in Frankrijk 1998: de nationale ploeg heeft bijna alle denkbare vormen van mislukking meegemaakt.
Ook de vertoning van Zidane in Duitsland 2006 en de zware nederlaag tegen Nederland in Brazilië 2014 kwamen weer ter sprake. Zelfs oudere anekdotes, zoals de uitschakeling via loting in Zwitserland 1954, werden opnieuw genoemd.
De tijden zijn veranderd. Spanje heeft nu vier opeenvolgende Europese titels en een wereldtitel op zijn palmares. Het gelijkspel kan worden gezien als een nuttige herinnering dat successen voortdurende inspanning vergen en dat zelfs dicht bij de overwinning een door de wol geverfde keeper uit de lagere divisies kan opduiken om zijn grote avond te beleven.
Op sociale media schreven sommige supporters het resultaat al toe aan de vermeende impact van de transfer van Cucurella naar Real Madrid. Deze reacties, gebruikelijk na elke tegenslag, kwamen al op voordat de wedstrijd was afgelopen.