De cijfers vertellen een verhaal van ongekend dominantie in het internationale vrouwenbasketbal. Verenigde Staten heeft acht opeenvolgende olympische gouden medailles, vier wereldtitels op rij en bijna twee decennia zonder een nederlaag. De balans van 73-0 en een gemiddelde voorsprong van 40 punten op wereldtoernooien kent geen parallel in enige andere teamsport.
Dit Dream Team dat zich over de jaren heeft uitgebreid, functioneert als een precisiemachine: snelle aanvallen, superieure fysiek, hoog tempo en elitaire speelsters. De hegemonie leek onbreekbaar tot de recente waarschuwingen.
In de finale van de Olympische Spelen van Parijs 2024 won Verenigde Staten nipt van Frankrijk, 67-66, in een wedstrijd die de Europeanen bijna volledig beheersten. De tweede waarschuwing kwam enkele dagen geleden op het WK 2026 tegen Italië, een team dat niet tot de favorieten behoorde. De Italiaansen leidden tot de laatste drie minuten en verloren slechts met 52-55.
Deze resultaten onthullen een nieuwe kwetsbaarheid voor een groep met veel speelsters met beperkte internationale ervaring. Het team wint ruim wanneer alles meezit, maar aarzelt wanneer de tegenstander het ritme dicteert.
De afwezigheid van A'ja Wilson, beschouwd als de beste speelster ter wereld, maakt een enorm verschil. Ook Sabrina Ionescu en Kelsey Plum ontbreken. In het huidige team springen Jackie Young als topscorer, Napheesa Collier en Breanna Stewart eruit, terwijl Caitlin Clark en Paige Bueckers onbetwiste kwaliteit toevoegen. Anderen zoals Angel Reese of Chelsea Gray roepen meer vragen op.
Naast individueel talent toont het team een gebrek aan samenhang en moeite om lastige situaties op te lossen. Sommige gedragingen herinneren aan spanningen uit de WNBA die meegenomen worden naar het veld. Daarnaast heeft Verenigde Staten moeite gehad met de aanpassing aan de FIBA-schemas en trainingen, en heeft het team soms afgezien van de officiële faciliteiten.
Ondanks alles blijft Verenigde Staten de grote favoriet tegen Spanje en in de finale als het zover komt. De afstanden met Europa zijn echter kleiner geworden, net als in de mannencategorie. Na het WK in Berlijn zal duidelijk worden of de hegemonie voortduurt of dat landen als Frankrijk en Spanje al dicht genoeg zijn om die uit te dagen.