Het voetbal heeft de afgelopen decennia een diepe transformatie ondergaan. Een uitgebreide analyse van de BBC onderzoekt hoe spelers sinds het WK van 1970 zijn veranderd en concludeert dat het belangrijkste verschil in de fysiologie ligt, niet zozeer in natuurlijk talent.
Het grootste verschil zou niet het talent zijn, maar de fysiologie.
Orlando Laitano, die meewerkte aan de Braziliaanse selectie tijdens het WK van 2014, noemt het doelpunt van Carlos Alberto in de finale van 1970 tegen Italië als voorbeeld. Dat doelpunt kwam voort uit een collectieve actie van dertig seconden, in tegenstelling tot recentere acties zoals die van Ángel Di María op het WK in Qatar in 2022, die in slechts twaalf seconden werd afgerond. Volgens de specialist zou dat doelpunt uit 1970 in het huidige voetbal onmogelijk te herhalen zijn.
Onderzoekers van de Universiteit van Wolverhampton hebben gegevens uit vijf decennia verzameld en constateren dat topvoetballers nu langer en slanker zijn. De gemiddelde lengte nam tussen 1973 en 2013 met meer dan vier centimeter toe, al verschilt de trend per positie. Keepers en verdedigers blijven langer, terwijl aanvallers en middenvelders iets kleiner zijn geworden.
Alan Nevill, coauteur van de studie, legt uit dat in de jaren zeventig modderige velden zeer gespierde spelers vereisten. Met de huidige grasvelden hebben lichtere en slankere profielen de voorkeur, omdat die een aanhoudende prestatie leveren met minder energieverbruik.
De snelheid is sterk toegenomen. In de jaren zeventig en tachtig was het zeldzaam om sneller dan 30 km/u te lopen. Op het WK van 2022 haalden meerdere spelers meer dan 35 km/u. In het huidige toernooi bereikt Kylian Mbappé 38 km/u, Anthony Gordon 37,92 km/u en Micky van de Ven 37,38 km/u, bijna acht kilometer per uur sneller dan de voetballers van een halve eeuw geleden.
Jens Bangsbo, hoogleraar inspanningsfysiologie aan de Universiteit van Kopenhagen, benadrukt dat het niet langer voldoende is om één keer de maximale snelheid te halen. Spelers moeten deze inspanningen herhaaldelijk leveren tijdens een wedstrijd. Op het EK in Duitsland in 2024 liepen de voetballers gemiddeld twaalf keer 25 km/u of sneller, met variaties per positie.
Het moderne voetbal draait om hoge druk en balwinst op de helft van de tegenstander. Dat vereist een steeds grotere herstelfunctie. Bangsbo benadrukt dat de essentie van het huidige spel is om zo snel mogelijk te herstellen tussen intensieve inspanningen.
Hoewel de totale afstanden per wedstrijd vergelijkbaar zijn gebleven met die van decennia geleden (gemiddeld rond de 10,6 km in 2022 volgens de FIFA), is de intensiteit van die kilometers aanzienlijk toegenomen.
Topvoetballers spelen meer wedstrijden. Virgil van Dijk speelde bijvoorbeeld 68 duels in één seizoen. Een UEFA-studie toonde een toename van hamstringblessures in de afgelopen acht seizoenen, waarvan veel tijdens loopacties of sprints. Experts koppelen deze stijging aan de hogere intensiteit van het spel en het volle programma.
Tegenwoordig werken spelers op de limiet. Zonder voldoende hersteltijd bezwijken hun lichamen.
Ondanks de hogere eisen maken vooruitgang in training, voeding en herstel het mogelijk dat voetballers langer op hoog niveau presteren. De gemiddelde leeftijd van de selecties is gestegen en het aantal spelers ouder dan 35 jaar is sterk toegenomen: van slechts zeven op het WK van 1990 naar 72 op het huidige toernooi, met acht spelers van 40 jaar of ouder.
Laitano vat de situatie samen: wie goede trainings- en herstelprotocollen volgt, heeft veel meer kans om zijn carrière op het hoogste niveau te verlengen.