Déjà vu blijft een van de intrigerendste fenomenen voor de neurowetenschap. Nu heeft een groep onderzoekers het op gecontroleerde wijze weten te reproduceren en de oorsprong ervan geïdentificeerd als een specifiek conflict in de hersenen.
Dr. Akira O’Connor, geheugenspecialist aan de Universiteit van St Andrews in Schotland, leidde het onderzoek samen met zijn team. Ze ontwierpen een eenvoudige maar effectieve procedure: de vrijwilligers lazen groepen gerelateerde termen, zoals nat, sneeuw, winter, ijs en bevriezen. Deze woorden omringden een sleutelterm die nooit in de lijst voorkwam, in dit geval koud.
De truc werkte betrouwbaar. Hoewel het ontbrekende woord nooit werd getoond, meldden veel deelnemers het duidelijke gevoel dat ze het toch hadden gelezen. Dit effect stelde de wetenschappers in staat het fenomeen onder laboratoriumomstandigheden te bestuderen.
De onderzoekers noemden deze woorden die vertrouwd aanvoelen maar in werkelijkheid nieuw zijn “opgeloste kritische lokwoorden”. Van de 21 vrijwilligers die meededen, ervoeren er 16 déjà vu. De sensatie was sterker wanneer de vertrouwdheid de persoon ertoe bracht het bedrog te doorzien, in plaats van de foutieve identificatie van het woord.
Een van de belangrijkste conclusies is dat het gedrag van de deelnemers een intern conflict in de hersenen onthult. Dit conflict ontstaat tussen tegenstrijdige signalen en fungeert als een signaal dat iets om herziening vraagt. De MRI-scans die tijdens het experiment werden gemaakt, toonden aan dat de controlegebieden in de hersenen juist actief bleven terwijl die spanning aanwezig was.
De bevinding, hoewel beperkt tot de context van het onderzoek, biedt een concretere verklaring voor waarom déjà vu optreedt en hoe de hersenen omgaan met het verschil tussen wat bekend lijkt en wat werkelijk nieuw is.