Kaapverdië verraste op het WK 2026 met een defensieve soliditeit die Spanje verraste. Het doelpuntloze gelijkspel in Atlanta laat de Europees kampioen met nul doelpunten in de eerste wedstrijd en verhoogt de druk op bondscoach Luis de la Fuente.
De geschiedenis van de Spaanse selectie in de openingswedstrijden van het wereldkampioenschap blijft gekenmerkt door valse starts. Van de zeventien deelnames won Spanje slechts vijf keer de eerste wedstrijd. De overwinningen dateren uit 1934 en 1950 in zwart-wit en uit 2002, 2006 en 2022 in kleur. Gelijkspellen kwamen voor in 1982, 1990, 1994, 2018 en nu 2026.
Nederlagen vielen in de jaren 1962, 1966, 1978, 1986, 1998, 2010 en 2014. Kaapverdië voegt zich daarmee bij een select gezelschap van tegenstanders dat Spanje doelpuntenloos liet in het debuut, naast Tsjecho-Slowakije, Brazilië, Uruguay en Zwitserland.
De Kaapverdische doelman was de uitblinker van de wedstrijd en hield de nul. Het resultaat tegen de bescheidenste ploeg van de groep dwingt Spanje tot een heroverweging van de strategie. De volgende wedstrijd tegen Saoedi-Arabië op 21 juni krijgt nu een beslissend belang.
Een mogelijke kruising met Argentinië in de achtste finales doemt op als een reële dreiging als de eerste berekeningen mislukken. De la Fuente zal moeten werken aan het herstel van het team na deze onverwachte start.
In het hoofd van de trainer zit het EK onder-21 van 2019, toen Spanje begon met een nederlaag en toch de titel pakte. Die historische referentie dient nu als motivatie om het tij te keren op het WK 2026.