Spanje veroverde de eerste plaats in de groep op het WK dankzij een fortuinlijk doelpunt dat voortkwam uit een grove fout van doelman Muslera. De wedstrijd in Guadalajara werd gekenmerkt door harde duels en een arbitraal optreden dat tot discussie leidde, terwijl Uruguay koos voor een fysieke aanpak die de Spanjaarden uit balans bracht.
Bondscoach Luis de la Fuente koos voor een fysieker elftal met Merino en Marcos Llorente in plaats van Olmo en Pedro Porro. Spanje had langdurig balbezit, maar Uruguay wist het gebruikelijke spel van de Spanjaarden te verstoren met stevige tackles en een tactiek die vooral op fysiek contact was gericht.
Jongeling Lamine Yamal liet ondanks de voortdurende aandacht van de tegenstanders individuele klasse zien. De wedstrijd speelde zich af in een sfeer van constante spanning, waarin het bewaren van de fysieke integriteit even belangrijk werd als het balbezit.
Kort voor rust werd een schot van Baena een verrassing voor Muslera, die een fout maakte die niet bij zijn staat van dienst paste. In dezelfde actie raakte Ugarte geblesseerd, een van de verdedigende steunpilaren van Uruguay. Die dubbele tegenslag gaf Spanje de voorsprong en het initiatief in de tweede helft.
Het team onder leiding van Marcelo Bielsa probeerde zijn strijdlustige stijl op te leggen, met Bentancur als spil op het middenveld. Toch leidden het gebrek aan scherpte in de laatste fase en de rode kaarten, zoals die van Canobbio na een harde tackle op Cubarsí, tot het einde van hun kansen. Scheidsrechter Elfath stond centraal door verschillende omstreden beslissingen.
Spanje hield met wissels zoals de invalbeurt van Ferran Torres de voorsprong vast en verzekerde zich van de groepswinst. Uruguay verlaat het toernooi eerder dan verwacht na een duel dat vooral in het teken stond van de intensiteit en de arbitale controverses.