De econoom Santiago Niño Becerra heeft het recente historische record van de dieselprijs in Verenigde Staten geanalyseerd. Zaterdag bereikte de brandstof 1,48 euro per liter in Europese equivalentie, een cijfer dat de hoogleraar als slecht nieuws beschouwt voor de burgers van het land.
Om het gegeven te contextualiseren, herinnerde Niño Becerra aan de niveaus van het bruto binnenlands product: 92 punten in Spanje tegenover 138 in Verenigde Staten. Vanuit dat verschil maakte hij een directe vergelijking met de huidige prijs op Spaans grondgebied.
Met een liter standaarddiesel aan 1,94 euro in Spanje berekende de econoom dat de prijs in de Verenigde Staten op 2,91 euro per liter zou moeten liggen als die werd aangepast aan het bbp. In dollars per gallon komt dat neer op 12,6532 dollar, ruim boven het werkelijke record van 6,4866 dollar dat zaterdag werd bereikt.
En relación a su PIB, en USA deberían pagar el diésel a 2,91 €/litro. Es decir, a 12,6532 $/galón que es como en USA se vende el combustible. Ese precio récord que ayer alcanzó el galón de gasoil en USA fue de 6,4866 $. El precio del diésel en USA se ha convertido en una cuestión de prioridad nacional y su precio actual se está viviendo como un auténtico drama.
Niño Becerra vroeg zich af waarom er zoveel alarmisme bestaat, terwijl de werkelijke prijs bijna de helft is van wat die volgens het bbp zou moeten zijn. Hij wees op twee hoofdoorzaken: het vrachtvervoer per vrachtwagen is afhankelijk van diesel, net als vrijwel alle reguliere buslijnen, en 99 procent van de goederentreinen en passagierstreinen rijdt op diesel.
Deze kenmerken maken elke prijsstijging een directe klap voor de nationale toeleveringsketen. De econoom concludeerde dat de stijging van de dieselprijs een echte tragedie betekent voor de inflatie en de koopkracht van de bevolking, gezien de enorme hoeveelheid goederen die wordt vervoerd en de lange afstanden die daarbij worden afgelegd.