De verenigde publieke aanklagers in de zaak-Begoña Gómez hebben bij rechter Juan Carlos Peinado een formeel verzoek ingediend om de verdachte te beletten het nationale grondgebied te verlaten. Tot de gevraagde voorlopige maatregelen behoren de intrekking van het paspoort en de verplichting om elke twee weken voor de rechtbank te verschijnen.
De advocaten die deze aanklagers vertegenwoordigen en worden gecoördineerd door Hazte Oír, hebben eraan herinnerd dat zij deze maatregelen al schriftelijk hadden gevraagd vóór de zitting. Tijdens de zitting handhaafden zij hun oorspronkelijke standpunt over de voorlopige maatregelen voor Begoña Gómez ongewijzigd.
Wel wijzigden zij hun standpunt ten aanzien van Juan Carlos Barrabés. Waar zij eerder voor hem dezelfde beperkingen eisten als voor Gómez en een andere verdachte, hebben zij uiteindelijk geen enkele voorlopige maatregel tegen Barrabés gevraagd.
Tijdens de zitting haalde de advocaat van Hazte Oír het geval aan van de voormalige Italiaanse premier Bettino Craxi, die Italië verliet en in Tunesië onderdak zocht nadat hij in corruptiezaken was aangeklaagd. De aanklagers voerden aan dat vergelijkbare situaties zich zouden kunnen voordoen in de omgeving van premier Pedro Sánchez en dat Begoña Gómez in de verleiding zou kunnen komen om op dezelfde wijze te handelen.
De zitting vond maandagmiddag plaats in de rechtbank van Plaza de Castilla in Madrid. Begoña Gómez en de twee andere verdachten verschenen persoonlijk, zoals de rechter had bevolen. De zitting, die om 18.00 uur begon, duurde tot na 21.00 uur.
Tijdens de zitting herhaalden het Openbaar Ministerie en de verdediging hun verzoek om de zaak te seponeren. De publieke aanklagers daarentegen eisten hoge straffen voor de drie verdachten en hielden vast aan de noodzaak van de gevraagde voorlopige maatregelen.