Het Nederlands elftal is al bijna twee decennia ongeslagen in de negentig minuten van een WK-wedstrijd. Deze prestatie weerspiegelt beter dan welke andere ook de competitieve soliditeit van Oranje op het meest veeleisende toneel van het voetbal.
Je moet terug naar het WK van Duitsland 2006 om de laatste Nederlandse nederlaag binnen de reguliere speeltijd te vinden. Dat was in de achtste finales tegen Portugal, in de wedstrijd die bekendstaat als de Slag om Neurenberg. Een doelpunt van Maniche besliste de wedstrijd, die vooral in het geheugen bleef door de extreme hardheid: vier rode kaarten en zestien gele kaarten, de wedstrijd met de meeste kaarten in de geschiedenis van door de FIFA georganiseerde competities.
Sinds die avond in Neurenberg heeft Nederland negentien WK-wedstrijden gespeeld op de toernooien van Zuid-Afrika 2010, Brazilië 2014 en Qatar 2022. In al die wedstrijden stond Oranje nog in leven aan het einde van de negentig minuten: veertien overwinningen en één gelijkspel. Geen enkele tegenstander slaagde erin de ploeg te verslaan voordat de scheidsrechter extra tijd toevoegde.
Het verhaal verandert wanneer de wedstrijden langer duren. In de finale van Zuid-Afrika 2010 won Spanje met het doelpunt van Iniesta in de 116e minuut. In Brazilië 2014 en Qatar 2022 schakelde Argentinië de Nederlanders uit in de strafschoppenreeks. Toch bleek de weerstand van Oranje: zelden valt de ploeg uit elkaar voordat alle opties zijn uitgeput.
Nederland tilt niet altijd de beker, maar geeft zich bijna nooit gewonnen in de reguliere speeltijd. De recente WK-geschiedenis combineert verloren finales, strafschoppenreeksen en moeilijke avonden met een opmerkelijke betrouwbaarheid. Oranje is al bijna twintig jaar niet verslagen in de negentig minuten van een WK-wedstrijd, een gegeven dat elke tegenstander die op het pad komt als waarschuwing dient.