De antidopingcontroles die de nachtrust van Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard verstoorden vóór de vijftiende etappe van de Tour de France waren niet willekeurig. Het Internationale Testagentschap (ITA) moest vooraf toestemming vragen aan een rechter van het Tribunal Judiciaire de Paris, meldt L’Équipe.
De controleurs klopten rond twee uur ’s nachts aan bij Vingegaard en rond vijf uur bij Pogacar. De Deen deed er ongeveer veertig minuten over om terug te keren naar zijn kamer. De Sloveen sliep amper vier uur en kon daarna niet meer in slaap vallen.
De Franse wet staat nachtelijke controles toe, maar tussen 23.00 en 5.00 uur zijn ‘ernstige en samenhangende verdenkingen’ van een dopingovertreding, risico op bewijsvernietiging en strikte proportionaliteit vereist. Het parket van Parijs bevestigde dat de ITA de aanvraag indiende op basis van artikel L.232-14-4 voor de nacht van 18 op 19 juli.
Bronnen in de antidopingwereld die L’Équipe raadpleegde, beschouwen dit als een zeer zeldzame toepassing van een bepaling die in 2015 in de Franse wet werd opgenomen. De rechterlijke toestemming impliceert geen beschuldiging tegen een van beide renners, maar toont wel aan dat de controles een drempel haalden die alleen voor uitzonderlijke situaties geldt.
Dat is de regel. Is die eerlijk? Nee. Ik vind het niet eerlijk om iemand wakker te maken. Als ze je om twee uur ’s nachts bellen voor iets wat duidelijk niet prettig is en je zes uur slaap onderbreekt die je minstens nodig hebt, is dat niet prettig.
De discussie laaide verder op toen Vingegaard in de etappe viel en met een gebroken sleutelbeen de Tour verliet. De Deen zelf wilde het ongeluk niet direct aan de controle koppelen, maar erkende wel dat de nachtelijke onderbreking “niet gunstig” was. Ook Pogacar en Remco Evenepoel bekritiseerden de timing omdat die het herstel schaadde.
De ITA benadrukte dat controles in beperkte en gerechtvaardigde gevallen ook buiten de gebruikelijke uren moeten kunnen plaatsvinden. De vraag blijft nu welke concrete elementen de instantie ertoe brachten deze uitzonderlijke maatregel aan te vragen en welke informatie de rechter toestond.