De president van de Verenigde Staten, Donald Trump, wekt zowel onwrikbare aanhang als diepe afkeer op. Die polarisatie komt duidelijk naar voren in de historische beoordelingen door experts. Terwijl de president enkele weken geleden zelf een persoonlijke lijst verspreidde waarin hij zichzelf tot beste president van het land uitriep, schetsen enquêtes onder Amerikaanse academici een heel ander beeld.
In een van de recentste enquêtes beoordeelden 154 academici van Amerikaanse universiteiten de 45 presidenten die het land heeft gekend. De deelnemers gaven scores tussen 0 en 100. Abraham Lincoln stond bovenaan met 93,87 punten. Donald Trump eindigde op de laagste plaats, met slechts 10,92 punten, achter James Buchanan.
Buchanan wordt historisch herinnerd om zijn onvermogen om het uitbreken van de Burgeroorlog te voorkomen, het conflict dat tussen 1861 en 1865 het land verdeelde en honderdduizenden doden veroorzaakte.
Jaren geleden plaatste een andere enquête van de Universiteit van Siena in Italië, waaraan 141 experts op het gebied van het presidentschap meededen, Donald Trump op de derde plaats van onderaf. Destijds scoorde hij nog beter dan Buchanan en Andrew Johnson. Het onderzoek vond echter plaats voordat de gebeurtenissen uit het tweede ambtstermijn van de huidige president bekend waren.
Professor Barbara Perry, specialist in presidentiële studies aan de Universiteit van Virginia, legde destijds uit dat Donald Trump door academici nooit als de beste president of als een uitmuntend leider zal worden gezien. Perry noemde drie hoofdmotieven: zijn rol bij de opstand van 6 januari 2020, het volhouden dat de verkiezingen van 2020 aan Joe Biden werden ontstolen en zijn raciale vooroordelen.
Trump zal door presidentiële academici nooit als de beste of als een ‘grote’ of ‘bijna grote’ leider worden beschouwd, vanwege zaken als het aanmoedigen van de opstand van 6 januari 2020, het in stand houden van het idee dat Biden de verkiezingen ‘stal’ en zijn racistische vooroordelen.