Jarenlang werd lactaat gezien als de grote boosdoener van fysieke inspanning in het wielrennen. Het vertegenwoordigde het moment waarop de benen het begaven, de berg langer leek en het lichaam om overgave vroeg. In het populaire jargon stond deze stof gelijk aan lijden en limiet. De wetenschap toegepast op topsport keert dit negatieve beeld echter om.
De nieuwe benadering presenteert lactaat niet alleen als signaal van vermoeidheid, maar als mogelijke extra brandstof. Deze visie bereikt de Tour de France via producten zoals Exolactate, een gel met een wetenschappelijke basis. Aitor Viribay, een van de drijvende krachten erachter, benadrukt dat het werk zich richt op onderzoek en niet op commerciële strategieën.
“We zijn met z’n drieën wetenschappers, we hebben ons gericht op een wetenschappelijke ontwikkeling”, legt Viribay uit. “We zijn geen zakenmensen. We willen ons meer richten op die kant: dat we een wetenschappelijke ontwikkeling hebben gedaan, die we op tafel leggen, zodat iedereen kan zeggen dat het een bijdrage aan het vakgebied is”.
In de context van de Tour de France geeft Viribay details over de hoeveelheden die mogelijk worden gebruikt. “Waarschijnlijk worden er, laten we zeggen, in de rustigere uren twee gels per uur genomen en in de zwaarste uren tot vier gels per uur”. Het getal is hoog, maar past bij de huidige voedingsstrategie van het professionele peloton, waarbij de koolhydraatinname tot in detail wordt berekend.
Voor amateursporters is het gebruik gematigder. “Elke amateursporter kan profiteren van die gel, met één of twee tot drie per uur”, zegt hij. Bij zware wedstrijden zoals de Quebrantahuesos kunnen goed aangepaste wielrenners drie gels per uur halen. Viribay benadrukt dat alles afhangt van het niveau, de duur en de individuele voorbereiding.
Hoewel het product al circuleert in het professionele wielrennen, blijft de penetratie beperkt. “Van de top-10 van de Tour zou statistisch gezien nu één of twee het kunnen gebruiken. Dat zou kunnen”, stelt Viribay. Het gaat niet om een wijdverbreide praktijk, maar om een innovatie die voorzichtig vordert.
De expert herinnert eraan: “Het is geen doping, we hebben de juiste certificaten”. De nadruk ligt op wetenschappelijke validatie en niet op directe beloftes. “Ik zou willen dat die boodschap van voorzichtigheid blijft hangen”, voegt hij toe. “Logischerwijs is er nog veel te onderzoeken. We bevinden ons op een wetenschappelijk zeer jong terrein”.
Viribay beschrijft de indruk die sommige resultaten maken: “Ik zie in het lab gegevens die… waarbij je denkt: lieve help, ik moet het apparaat opnieuw kalibreren, want dit kan ik niet geloven”. De wetenschappelijke voorzichtigheid overheerst bij de mogelijkheid dat lactaat nieuwe prestatiepaden opent.
De toekomst van het product hangt af van uitgebreidere studies. Intussen houdt lactaat op louter een indicator van uitputting te zijn en wordt het voor sommige wielrenners een extra concurrentievoordeel.