Luis de la Fuente blijft trouw aan zijn stijl wanneer de zaken lopen. Na de doelpuntloze gelijkspel tegen Kaapverdië combineerde de Spaanse bondscoach lof voor de aanpak die Spanje 32 officiële duels op rij zonder verlies heeft opgeleverd met een duidelijke oproep om verder te groeien.
Dat moet het team doen. En ik als eerste.
Het duel tegen Saudi-Arabië zal niet met dezelfde basiself beginnen als tegen de Afrikanen. Hoe ingrijpend de aanpassingen worden, blijft de grote vraag. Op het EK begon Spanje met een 3-0 zege op Kroatië en wijzigde daarna slechts één speler.
Eerdere successen van de coach begonnen niet altijd met makkelijke overwinningen. Op het EK onder 21 in 2019 volgde na een nederlaag tegen Italië een nipte zege tegen België na een volledige vernieuwing van de basis: nieuwe keeper, nieuwe linksback en twee nieuwe middenvelders.
De Spelen van Tokio volgden een vergelijkbaar patroon. Een 0-0 tegen Egypte leidde tot wijzigingen door blessures en technische keuzes. Drie spelers verdwenen uit de basis en vijf nieuwe namen kwamen erin.
De bondscoach beschikt over een diepe selectie die rotaties mogelijk maakt zonder de identiteit te verliezen. Namen als Lamine Yamal en Dani Olmo behoren tot de alternatieven. Ook Pedro Porro wordt overwogen voor balbezit vanaf de rechterkant en Yeremy Pino voor extra snelheid op de flank.
De centrale boodschap blijft onveranderd: de diepte van de selectie maakt het mogelijk om te schuiven terwijl de speelwijze die tot nu toe werkt behouden blijft.