Ke Huy Quan vertelt in zijn nieuwe memoires Never Say Die over het moment waarop hij zijn eerste restbetaling ontving voor de avonturenfilm Indiana Jones and the Temple of Doom uit 1984. De cheque bedroeg bijna 100.000 dollar en kwam als een complete verrassing voor de jonge acteur en zijn familie.
Quan was pas 12 toen hij de rol van Short Round kreeg, zijn eerste belangrijke filmrol. Hij begreep destijds niet dat er restbetalingen zouden komen bovenop zijn salaris. Op een middag stonden zijn ouders samen in de keuken met een aan hem gerichte envelop en de bijbehorende documenten van Lucasfilm.
Beide ouders glimlachten met een mengeling van verbazing en ongeloof terwijl ze de papieren aan hun zoon doorgaven. Het bedrag op de cheque had voor de jongen van die leeftijd weinig betekenis.
Quan merkt op dat winstdeling in die tijd ongebruikelijk was voor de meeste acteurs en ook nu nog alleen voor de grootste sterren geldt. Dat een jonge nieuwkomer werd opgenomen in het vervolg op een grote hit, was bijzonder royaal van de studio.
Destijds kregen bijna geen acteurs een deel van de winst van een film. Ook nu nog geldt dat alleen voor de allergrootste sterren. Dat een kind als ik, dat zijn eerste film maakte, daarin werd opgenomen, was ongehoord.
Hij voegt eraan toe dat het bescheiden aandeel destijds levensveranderend was voor zijn familie.
Quan speelde ook Data in de film The Goonies uit 1985 van Richard Donner. Na decennia uit de schijnwerpers keerde hij in 2023 terug met Everything Everywhere All at Once en won de Oscar voor beste mannelijke bijrol. De memoires, die dinsdag verschenen, gaan over zijn vlucht uit Vietnam met zijn vader, de jaren in vluchtelingenkampen, zijn ervaringen als kindacteur en zijn latere terugkeer op het witte doek.