Aston Martin beleeft een moeilijke periode in de Formule 1, maar het vertrouwen in Fernando Alonso blijft groot. De Spaanse coureur, met 435 Grands Prix op de teller en zonder zege sinds de Grand Prix van Spanje in 2013, toont nog altijd dezelfde vastberadenheid als aan het begin van zijn carrière.
Jenson Button, wereldkampioen in 2009 en voormalig teamgenoot van de Spanjaard, neemt het voor hem op via de officiële kanalen van het team uit Silverstone. De Brit vindt dat het publiek vaak kijkt naar wat ontbreekt in plaats van te waarderen wat is bereikt. 'Soms kijkt men alleen naar wat je niet hebt gewonnen, in plaats van te vieren wat je wel hebt gepresteerd', aldus Button.
Button herinnerde eraan dat elke race in de Formule 1 opnieuw begint en dat een podiumplaats al een groot succes is gezien de zwaarte van de klasse. De oud-coureur benadrukte dat het recente gebrek aan overwinningen niets zegt over een eventueel verlies aan niveau bij Alonso.
Button haalde de uitstekende prestaties van Alonso in 2023 aan, toen Aston Martin op zijn best was en de tweevoudig wereldkampioen acht podiumplaatsen haalde in Bahrein, Saoedi-Arabië, Australië, Miami, Monaco, Canada, Nederland en Brazilië. In Monaco was de 33e zege bijna een feit. 'Je hebt nog steeds de auto nodig, de kans en soms een beetje geluk', legde Button uit, die hoopt dat Alonso ook na 2026 blijft racen.
Geef Fernando een competitieve auto, niet eens de snelste, zolang hij maar kan vechten, dan redt hij het wel.
De huidige bolide van het team, de AMR26, staat onderaan in het klassement. In de Grand Prix van België op Spa-Francorchamps eindigde de wagen 72 seconden achter Valtteri Bottas, al worden verbeteringen verwacht voor Hongarije. Ondanks deze context blijft het team volledig achter zijn kopman staan.
Pedro de la Rosa, adviseur van het team en goed bevriend met Alonso, vatte de algemene houding samen: de fysieke conditie kan wisselen, maar de klasse blijft. 'De allerbeste coureurs verliezen nooit het vermogen om iets bijzonders te doen; soms wachten ze gewoon tot de omstandigheden hun talent evenaren', stelde De la Rosa.