Drie naakte tieners staan dicht bij elkaar in een bos en raken teder de wonden aan die ze elkaar hebben toegebracht. Dat beeld vat het emotionele hoogtepunt samen van Oasis, een debuutfilm van de Duitse regisseur Jannis Lenz die Grimm-achtige fantasie mengt met een harde blik op jongeren onder druk.
Lenz studeerde bij Jessica Hausner en werkte als assistent van Michael Haneke. Die ervaringen kleuren de film, die op zondag zijn wereldpremière beleeft in de Horizons-sectie van het Venice Film Festival. Toch benadrukt de regisseur dat zijn werkwijze verschilt van die van zijn leermeesters.
It would be strange if the time spent with them wouldn’t have left an influence. But the way we work as filmmakers is very different, and the final results too. I think my way of working is much more open. I try to have more openness with the actors, with improvisation.
Hij deelt hun nadruk op precisie, vooral in de voorbereiding. Zodra de camera’s draaien, verwelkomt hij echter het onverwachte. Het verhaal begint met nieuwkomer Andy die op video wordt betrapt terwijl hij klasgenoten bedreigt op zijn middelbare school in Zuid-Duitsland. Expulsie dreigt tot hij bevriend raakt met Lukas, de zoon van een leraar, en de twee zich terugtrekken in het bos voor paintballspelletjes.
Voor de jongens biedt het bos een ontsnapping aan strenge regels. De druk van klasgenoten, ouders en schoolautoriteiten loopt op tot Maya arriveert. Zij gaat naar een toneelschool en introduceert het tweetal in sensualiteit en emotionele openheid terwijl ze rituelen van gedeelde pijn en verwondingen voortzetten.
Andy and Lukas build a traditional boyhood kind of friendship, and then Maya comes in. She brings in something very different. She brings in her own vulnerability. More and more they open up and these rituals develop. They build this safe space where they can show their wounds and find some kind of healing for themselves.
Lenz verduidelijkt dat de titel niet verwijst naar een fysieke plek. De oase ontstaat uit het vertrouwen en de nabijheid die de drie personages samen smeden. Een intimacy-coördinator hielp de jonge cast bij de veeleisende scènes door eerst via gesprekken vertrouwen op te bouwen voordat er fysiek werk werd gedaan.
Lenz en co-auteur en cameraman Alexander Dirninger legden strenge grenzen op voor de opnames. Ze minimaliseerden de dialoog om acteurs aan te zetten tot non-verbale expressie, waardoor elke blik en aanraking meer gewicht kreeg. De aanpak kwam voort uit Lenz’ eigen herinneringen aan de schietpartij op het Winnenden-college in 2009 bij zijn ouderlijk huis en de blijvende vragen die dat opriep over angst en uitsluiting.
De film vermijdt eenvoudige oorsprongsverhalen over geweld. In plaats daarvan toont hij institutionele pogingen tot de-escalatie, waaronder een anti-geweldsinstructeur en een counselor. Lukas’ vader probeert de crisis aan te pakken zonder verouderde autoritaire methodes. Ouders van andere leerlingen dringen aan op verwijdering van Andy, gedreven door angst voor hun eigen kinderen. Lenz behandelt ieders motieven serieus zonder te oordelen.