De minister van Binnenlandse Zaken, Fernando Grande-Marlaska, heeft een formele klacht ingediend bij de Consejo General del Poder Judicial over het besluit van rechter María Tardón om agenten van het Centro Nacional de Inmigración y Fronteras te verbieden het politierapport over de incidenten in Ceuta met zijn departement te delen.
In de brief aan de voorzitter van de raad, Isabel Perelló, benadrukt de minister de noodzaak om politieke superieuren te informeren gezien de omvang van de grenscrisis.
De Audiencia Nacional had om het politiedocument gevraagd om te bepalen of de gebeurtenissen van 30 juli aan de grens van Ceuta door die rechtbank onderzocht moesten worden. Aanvankelijk verbood rechter Tardón elke verspreiding van de inhoud aan de agenten van het CENIF.
Na het uitlekken van het rapport aan dagblad El Español bleek dat de Policía Nacional wijst op een mogelijke betrokkenheid van Marokkaanse politieautoriteiten bij de grensincidenten.
Zodra Grande-Marlaska in de nacht van afgelopen woensdag toegang kreeg tot de inhoud, stuurde hij een brief naar de directeur-generaal van de Policía Nacional. Daarin vroeg hij om opheldering over de juistheid van de gegevens en waarom het ministerie van Binnenlandse Zaken noch de Nationale Veiligheidsraad was geïnformeerd.
Diezelfde woensdag gaf de rechter alsnog toestemming voor overdracht van het rapport, al vindt de minister dat het eerdere veto zijn protest bij de CGPJ rechtvaardigt.
De minister herhaalt zijn respect voor de onafhankelijkheid van de gerechtelijke politie ten opzichte van rechters, rechtbanken en het Openbaar Ministerie. Tegelijk benadrukt hij dat die onafhankelijkheid verenigbaar is met de plicht om superieuren op de hoogte te stellen van relevante omstandigheden bij het nemen van beslissingen in crises van deze omvang.
De voorzitter van de CGPJ heeft de ernst van de zaak erkend en de argumenten van de minister gesteund, maar ook de handelwijze van rechter Tardón verdedigd.