Alles wees op een vroege uitschakeling voor Fernando Alonso in de kwalificatie van de Grand Prix van Hongarije. Alpine en Haas leken hem buiten te houden, maar de Spaanse coureur maakte een opmerkelijke comeback in Q1.
Alonso verbeterde zijn tijd bij elk van zijn drie pogingen met zachte banden. Daarmee wist hij Oliver Bearman, de Williams en zijn eigen teamgenoot te verslaan. Alleen in Canada, onder bijzondere omstandigheden, lukte hem zoiets dit jaar.
Geen enkele uitval door een crash of mechanisch probleem verstoorde de sessie. Het resultaat plaatst Alonso in een goede positie voor Q2 en toont het potentieel van het nieuwe updatepakket van Aston Martin.
Alonso’s tijd bleef 1,8 seconden verwijderd van de snelste tijd van de ronde, neergezet door Lando Norris. Dat verschil wijst erop dat de AMR26 ongeveer 1,5 seconden heeft gewonnen op een kort circuit als de Hungaroring. Op circuits van gemiddelde lengte zou de winst kunnen oplopen tot bijna twee seconden.
De in Hongarije geïntroduceerde auto, bekend als de AMR26 B, bevat evoluties van de Honda-motor die in Zandvoort verder worden getest. Het team ziet in deze cijfers een duidelijk signaal dat de auto weer meedoet in de strijd.
In Q2 bleef Alonso slechts een tiende achter de 15e plaats van Esteban Ocon. Hij start daarom als 16e in de race van zondag op de Hungaroring, het circuit waar hij 23 jaar geleden zijn eerste Formule 1-overwinning boekte.