De FC Barcelona heeft een van zijn belangrijkste doelstellingen voor de zomermarkt bereikt. De club heeft een onofficiële mededeling van LaLiga ontvangen die de toetreding tot de regel 1:1 bevestigt, waardoor het normaal kan opereren op de transfermarkt.
Hoewel zowel de voorzitter van LaLiga, Javier Tebas, als de Barça-leider Joan Laporta hier tijdens de inauguratie van de nieuwe clubvoorzitter deze woensdag niet expliciet over spraken, waren beiden op de hoogte van de gewijzigde situatie.
De FC Barcelona heeft hard gewerkt aan zijn financiën om deze positie te bereiken. De komst van nieuwe sponsors en een strenge kostenbeheersing bij nieuwe aanwinsten waren daarbij cruciaal.
Nu dit geregeld is, kan de club zonder eerdere beperkingen de markt op. De toetreding tot de regel 1:1 betekent echter geen vrijbrief voor elke transactie.
Het belangrijkste voordeel is dat de FC Barcelona het volledige bedrag uit spelersverkopen mag gebruiken. Zo kan de club bijvoorbeeld de elf miljoen euro van de transfer van Ansu Fati of de drie miljoen euro van Iñaki Peña volledig herinvesteren. Bij een verkoop van Marc Casadó voor dertig miljoen euro geldt hetzelfde.
Zonder de regel 1:1 had de club slechts de helft of zelfs een kwart van die bedragen kunnen gebruiken, afhankelijk van andere voorwaarden.
Daarnaast creëert de club een aanzienlijke marge in de loonsom door het vertrek van spelers als Robert Lewandowski en Ansu Fati. Tot nu toe is 58 miljoen euro vrijgemaakt, een bedrag dat verder kan oplopen als Marc-André ter Stegen en Marc Casadó het club vertrekken zoals voorzien.
Deze marge heeft al geleid tot de komst van Anthony Gordon en houdt de onderhandelingen over Julián Álvarez gaande, twee dure operaties.
Voor de FC Barcelona betekent de regel 1:1 een grote opluchting bij het inschrijven van spelers. In eerdere markten ontstonden herhaaldelijk problemen met de registratie van nieuwe aanwinsten, met name die van Dani Olmo en Pau Víctor. Met deze wijziging zouden die obstakels moeten verdwijnen.