De elektrificatie van de auto begon met grote en dure modellen die de toegang beperkten tot de hogere klassen. Dacia koos voor een andere weg en zette in op kleine en betaalbare elektrische voertuigen die echt tegemoetkwamen aan de behoeften van de meeste gebruikers.
In 2021 lanceerde het merk de eerste Spring en veroverde de markt met een zeer scherp geprijsd model. Sindsdien zijn er meer dan 210.000 exemplaren verkocht in meer dan veertig landen, wat aantoont dat er een echte vraag bestaat naar betaalbare elektrische auto's.
Vijf jaar later komt de tweede generatie, die de naam behoudt maar verder vrijwel alles verandert. Het nieuwe model wordt gebouwd op het elektrische RGEV-small-platform van de Renault-groep, hetzelfde platform dat de elektrische Twingo zal gebruiken, en de productie verhuist van China naar de fabriek in Novo Mesto in Slovenië.
Deze beslissing heeft belangrijke commerciële gevolgen in markten als Spanje, waar overheidssteun Europese productie vereist en mogelijke invoertarieven op auto's uit Azië worden vermeden.
De nieuwe Spring meet 3,85 meter in lengte en 1,74 meter in breedte, respectievelijk vijftien en achttien centimeter meer dan zijn voorganger. De groei neemt het gevoel van een quadricycle weg en geeft een robuustere en modernere uitstraling, met praktische details zoals kunststof bumpers in de massa gekleurd die kleine stadsbotsingen beter doorstaan.
De toename in afmetingen is binnen duidelijk merkbaar. De voorstoelen zijn comfortabeler en breder, en de achterbank biedt meer ruimte voor knieën, hoofd en schouders. De kofferbak bereikt 337 liter, negenentwintig liter meer dan voorheen, en kan oplopen tot 1.283 liter met neergeklapte achterbank.
De aandrijflijn wordt vereenvoudigd tot één versie met 80 pk, gevoed door een LFP-batterij van 27,5 kWh. De prestaties zijn voldoende voor stadsgebruik: 12,1 seconden van 0 naar 100 km/u en een topsnelheid van 130 km/u. De meeste gebruikers van het vorige model rijden gemiddeld 34 kilometer per dag, waardoor de actieradius meer dan toereikend is.
Dacia houdt vast aan zijn grote troef: alle versies kosten minder dan 20.000 euro vóór subsidies. De instapversie begint onder de 18.000 euro, wat met overheidsstimulansen mogelijk onder de 13.000 euro uitkomt. Het dashboard is van betere kwaliteit en alle uitvoeringen krijgen standaard digitale instrumentatie.