Britse minister van Financiën John Healey bereidt zich voor om de belastingen voor banken te verhogen in de begroting die woensdag wordt gepresenteerd, maar de grote banken reageren kalm. Achter de schermen rekenen Britse financiële instellingen erop dat de overheid de lasten compenseert met lichtere toezichtregels, terwijl ministers de economische groei willen aanjagen.
De voorgestelde wijzigingen richten zich op de toeslag op binnenlandse winsten en draaien de verlaging van 2023 terug, waardoor het tarief weer op 8 procent komt. Dit levert volgens ramingen van het Office for Budget Responsibility jaarlijks 2 tot 3 miljard pond extra op gedurende de komende vier jaar. De extra inkomsten vertegenwoordigen minder dan 0,2 procent van Healey’s totale belastingopbrengst.
Britse banken dragen al een heffing op de balanstotaal plus de winstopslag die in 2016 werd ingevoerd. De oorspronkelijke reden was het terugverdienen van de kosten van de steun aan de sector tijdens de financiële crisis van 2008. Ook na de verwachte verhoging komt de totale belastingdruk op Britse winsten boven de 36 procent, ruim hoger dan het 25 procent tarief voor andere bedrijven.
Een analyse van Tax Policy Associates laat zien dat de Britse bankenbelasting na de aanpassing vergelijkbaar blijft met die in Duitsland en lager dan in Italië, maar hoger dan in de Verenigde Staten en Ierland.
Barclays Plc-topman CS Venkatakrishnan sprak tijdens de recente resultatenpresentatie in een verzoenende toon. Hij toonde groot respect voor de verantwoordelijkheid van de minister om de overheidsfinanciën op orde te brengen en noemde de financiële impact op Barclays beheersbaar, beperkt tot ongeveer 3 procent van het wereldwijde nettoresultaat omdat de toeslag alleen geldt voor binnenlandse winsten.
I deeply respected the chancellor and recognized his duty to balance the UK’s books. The financial hit for Barclays would be bearable.
Meer op het Verenigd Koninkrijk gerichte banken zoals Lloyds Banking Group Plc en NatWest Group Plc zouden volgens analisten te maken krijgen met kosten tot 7 procent van de winst. Brancheorganisaties uitten zorgen over de eerlijkheid, maar bestuurders richten zich vooral op langetermijnregulatoire verlichting in plaats van de directe belastingverhoging.
Healey heeft steun uitgesproken voor de rol van de financiële sector in de groei, onder meer in een interview met de Financial Times in september. De benoeming van Katharine Braddick als hoofd van de Prudential Regulation Authority heeft verwachtingen gewekt van een minder risicomijdende aanpak van regelgeving.
In haar eerste grote toespraak benadrukte Braddick dat regels moeten worden beoordeeld op hun effect op economische groei en beloofde ze meer verantwoording. Vroege stappen omvatten versoepeling van delen van het senior managers-regime, een maatregel die banken naar schatting bijna 2 miljard pond aan nalevingskosten over tien jaar bespaart.
Hoewel de belastingverhoging zelf beperkt lijkt in haar bredere economische impact, kan aanhoudende afhankelijkheid van bankenheffingen uiteindelijk de leenkosten of -beschikbaarheid verstoren. Ambtenaren staan onder druk om de post-crisiswaarborgen te versoepelen, zowel om de binnenlandse groei te ondersteunen als om de City of London te laten concurreren met Amerikaanse instellingen die profiteren van beleidswijzigingen onder president Donald Trump.
De kernuitdaging blijft het waarborgen van financiële stabiliteit. Groeidoelstellingen zijn belangrijk, maar elke versoepeling van normen moet voorkomen dat de omstandigheden die tot eerdere crises leidden zich herhalen.