Wat decennialang een uitzondering was, is uitgegroeid tot een stevige trend. Europese clubs beperken hun zoektocht naar talent niet langer tot Latijns-Amerika of Afrika. De Aziatische markt heeft eigen gewicht gekregen dankzij de prestaties van zijn internationals, het etalage-effect van het WK 2026 en het enorme commerciële potentieel van de regio.
Alles begon in 1979. De Zuid-Koreaan Cha Bum-kun, bekend als Cha Boom vanwege de kracht van zijn schot, tekende bij Eintracht Frankfurt en brak met alle conventies. Hij won de UEFA Cup en bewees dat voetbal uit het Oosten kon meedoen op het hoogste niveau. De IFFHS riep hem uit tot beste Aziatische speler van de twintigste eeuw en zijn komst markeerde het begin van een andere blik op het Oosten.
De Bundesliga was de eerste die deze spelers omarmde dankzij de soepelheid van haar regels. Al snel volgden de Eredivisie, het belangrijkste springplank voor Japans talent, en daarna de Premier League, Ligue 1, Serie A en LaLiga.
Terwijl Zuid-Korea zeer gerichte talenten selecteert, heeft Japan een systeem van massale export opgezet. Volgens UEFA-gegevens maakten tussen 2020 en 2025 in totaal 276 Japanse spelers de overstap naar Europa, een record dat de strategie van de J-League weerspiegelt om vroege vertrekken te vergemakkelijken.
Van de 26 Japanse WK 2026-selecties speelden er al 23 in Europa. Zuid-Korea heeft tussen de 15 en 20 spelers in de wereldtop, waarvan er 13 uitkomen in Europese competities.
Kaoru Mitoma, de 29-jarige vleugelspeler van Brighton, miste het laatste WK door een blessure maar blijft een vaste waarde in de Premier League. De Zuid-Koreaan Kang-in Lee kwam voor 35 miljoen euro naar Atlético Madrid na passages bij Valencia en Mallorca. Bij zijn presentatie zei hij: “Ik ben een speler en een persoon met een winnaarsmentaliteit”.
Takefusa Kubo, 25 jaar en opgeleid bij La Masía en Real Madrid, schittert bij Real Sociedad. De aanvallende middenvelder benadrukt het belang van aanpassing: “Als je de taal niet beheerst of je niet opent voor het land waar je speelt, is het onmogelijk om je voetbal in Europa over te brengen”.
Andere referenties zijn Heung-min Son, de Tottenham-legende die nu bij Los Angeles FC speelt; Kim Min-jae, de centrale verdediger van Bayern München bijgenaamd Het Monster; Takumi Minamino bij Monaco; Zion Suzuki bij Parma en de herinnering aan Shinji Kagawa bij Borussia Dortmund.
Britse media als The Guardian prijzen de tactische discipline, professionaliteit en aanpassingsvermogen van Japanse spelers. Oud-voetballer Eddy Bosnar stelde: “Er is nu veel meer technisch voetbal en dat past beter bij Japanse spelers, omdat ze daarin uitblinken, maar ook snel zijn en altijd bereid om te luisteren en te leren”.
Het aantrekken van Kubo of Mitoma levert niet alleen kwaliteit op het veld op. Het opent tv-rechten in Azië, vermenigvuldigt de verkoop van shirts en trekt sponsors van grote Japanse merken aan. De Bundesliga was hierin pionier met voorbeelden als Makoto Hasebe bij Eintracht Frankfurt.
Het duopolie Japan-Zuid-Korea breidt zich uit. De Oezbeekse centrale verdediger Abdukodir Khusanov tekende bij Manchester City en werd de eerste speler uit zijn land in de Premier League. Tegelijkertijd bevestigen transfers als die van Takehiro Tomiyasu naar Crystal Palace of Hidemasa Morita naar Hull City dat de Europese radar zich verder uitbreidt naar Centraal-Azië.
Wat vroeger een risicovolle gok was, is nu een gevestigde strategie. De Aziatische markt is geen mode meer, maar een competitieve realiteit die deel uitmaakt van het dagelijkse leven in het Europese voetbal.