Grammy-winnaar Alanis Morissette heeft juridische stappen ondernomen tegen haar voormalige tourmanager en beschuldigt de medewerker van een afpersingsschema dat verband houdt met hun professionele relatie van vorig jaar.
De klacht, deze week ingediend, beschrijft een reeks steeds agressievere brieven van de manager en haar advocaten. Het team van Morissette stelt dat de eisen toenamen na een aanhouding op een luchthaven in het Verenigd Koninkrijk tijdens een reis naar Spanje. Volgens de stukken hielden de autoriteiten de manager aan, die later meldde dat marihuana en xylazine in haar bagage waren aangetroffen. Ze toonde een Israëlische medische marihuanavergunning en werd zonder aanklacht vrijgelaten, aldus de indiening.
Na het incident zou de voormalige manager hebben aangedrongen op een langdurig arbeidscontract. Het voorgestelde contract zou vijftien jaar duren, haar positioneren als fulltime tourdirecteur met salarisverhogingen en prestatiebonussen. Toen Morissette weigerde, zou de manager met haar juridische vertegenwoordigers hebben gedreigd de zangeres publiekelijk van drugshandel te beschuldigen, aldus de rechtszaak.
De rechtszaak noemt civiele afpersing, fraude en nalatige misrepresentatie als kernbeschuldigingen. Documenten die door media zijn verkregen, citeren de klacht rechtstreeks: “Plaintiff Alanis Morissette is the victim of a calculated blackmail campaign orchestrated by a disgruntled former tour manager. Morissette will not agree to work with an incompetent blackmailer for the next 15 years or pay her a ransom under the gun.”
De nieuwe zaak komt tegen de achtergrond van een eerder financieel verlies. In 2017 gaf Morissettes voormalige manager Jonathan Todd Schwartz toe meer dan 7 miljoen dollar te hebben verduisterd van de zangeres en andere cliënten. Schwartz publiceerde later een verontschuldigend essay waarin hij schreef: “To say I am incredibly ashamed and disappointed in myself is an understatement.”