In een WK-jaar wordt de Gouden Bal zelden alleen bepaald door de prestaties bij de clubs. Historische gegevens tonen aan dat het landentoernooi de balans meestal definitief doet doorslaan. Hoe goed een seizoen van augustus tot mei ook was, alles komt weer op het spel te staan als de grote internationale competitie begint. Deze editie vormt daarop geen uitzondering.
Nu de meest beslissende wedstrijden nog moeten komen, hebben enkele optredens de race naar de prijs al ingrijpend veranderd volgens de gokquoteringen.
Het meest opvallende geval is Leo Messi. Voor het toernooi had hij nog maar 0,97 procent kans om de prijs te winnen. Na zijn eerste optredens is dat gestegen naar 10,34 procent, een vertienvoudiging en een stijging van 966 procent in zijn kandidatuur.
De Argentijn is van een vrijwel symbolische naam uitgegroeid tot de vijfde favoriet. Alleen Kane, Mbappé, Dembélé en Olise staan hoger. Als Argentina verder komt, stijgt zijn positie mee. De negende Gouden Bal, die enkele weken geleden nog onbereikbaar leek, ligt volgens de cijfers van Betfair weer binnen bereik.
Harry Kane blijft de grootste favoriet met 22,27 procent. Hij leidde de lijst al voor het toernooi met 20,11 procent en heeft zijn positie tijdens het WK licht verstevigd.
De grootste bedreiging komt van Kylian Mbappé, die van 4,36 procent naar 19,30 procent is gestegen, een stijging van 343 procent die hem op de tweede plaats brengt. Zijn zeven doelpunten en het goede verloop van Frankrijk hebben een deel van de twijfels over zijn seizoen bij Real Madrid weggenomen. Samen hebben beide spelers al meer dan 41 procent van de kansen in handen.
Andere kandidaturen zijn eveneens gestegen. Jude Bellingham, die na een wisselvallig seizoen bij Real Madrid ver buiten de top stond, is van 0,64 procent naar 4,26 procent gegaan, een groei van 566 procent die hem al in de top-10 plaatst.
Erling Haaland heeft een flinke sprong gemaakt. De Noor heeft zijn kansen verhoogd van 1,92 procent naar 6,59 procent, een stijging van 243 procent dankzij zijn zeven doelpunten en de verrassende weg van zijn land naar de kwartfinales. Ook Michael Olise groeit, van 8,17 procent naar 12,06 procent.
De keerzijde geldt voor spelers die met veel gewicht door hun clubprestaties aan het toernooi begonnen en terrein verloren. Declan Rice noteert de grootste daling: van 10,89 procent naar 3,45 procent, een terugval van 68 procent. Ook Kvaratskhelia, Raphinha, Dembélé en Julián Álvarez gaan achteruit.
Paris Saint-Germain illustreert de verschuiving perfect. Voor het WK had de club vijf spelers in de top-10. Nu houden alleen degenen die op het landentoernooi presteren stand.