Wonen en inquiokupatie zorgen voor veel discussie in Spanje. Veel mensen stoppen opzettelijk met het betalen van de huur, wat onzekerheid veroorzaakt bij eigenaren. De huidige wet biedt een duidelijke oplossing en maakt snel ingrijpen mogelijk bij dergelijke wanbetalingen.
De Wet 29/1994 van 24 november inzake Stedelijke Huurcontracten bepaalt in artikel 27.2.a) dat de eigenaar het contract van rechtswege kan beëindigen bij niet-betaling van de huur of van enig ander bedrag dat de huurder verschuldigd is. Het achterstallig zijn van slechts één maand volstaat om het contract te beëindigen en de weg naar uitzetting te openen.
Bij contracten die zijn ingeschreven in het Eigendomsregister en deze voorwaarde bevatten, wordt de procedure versneld als de huurder niet binnen tien werkdagen reageert op het verzoek. Deze bepaling beoogt de eigenaar te beschermen tegen situaties van opzettelijke wanbetaling.
Artikel 27 somt meerdere aanvullende gronden op om het contract te beëindigen. Daaronder vallen het niet betalen van de waarborgsom of de aanpassing daarvan, onderverhuur of overdracht zonder toestemming, opzettelijk veroorzaakte schade aan de woning of ongeoorloofde verbouwingen.
Ook inbegrepen zijn hinderlijke, ongezonde, schadelijke, gevaarlijke of onwettige activiteiten in de woning. Een ander relevant geval is wanneer het pand niet langer hoofdzakelijk wordt gebruikt om te voorzien in de permanente woonbehoefte van de huurder.
Het niet nakomen door een van de partijen van de uit het contract voortvloeiende verplichtingen geeft de partij die haar verplichtingen wel is nagekomen het recht om nakoming te eisen of om beëindiging van het contract te vorderen overeenkomstig artikel 1.124 van het Burgerlijk Wetboek.
De geldende regelgeving biedt concrete instrumenten waarmee eigenaren hun eigendommen kunnen terugkrijgen bij opzettelijke wanbetaling. De rechtbanken kunnen deze zaken sneller behandelen wanneer aan de eisen van inschrijving en voorafgaande kennisgeving is voldaan.