Valve heeft een prijs van 1.049 dollar aangekondigd voor zijn Steam Machine, de compacte console-pc-hybride. Veel waarnemers stelden direct vragen over de kosten, maar rapporten geven aan dat het bedrag bredere hardwarebeperkingen weerspiegelt in plaats van een oorspronkelijk doel.
Valve-ingenieurs Pierre-Loup Griffais en Yazan Aldehayyat vertelden IGN dat de prijsstijging van de Steam Machine overeenkomt met het percentage dat is toegepast op de Steam Deck. Ze beschreven de aanpassing als waarschijnlijk vergelijkbaar met recente wijzigingen voor dat handheld-apparaat.
De Steam Deck werd oorspronkelijk gelanceerd voor 549 dollar. De prijs steeg later met ongeveer 35 tot 36 procent naar 789 dollar. Een vergelijkbare procentuele verhoging toepassen op een eerdere schatting van de Steam Machine levert rond de 749 dollar op, wat een gat van 300 dollar laat ten opzichte van de huidige prijs.
Vergelijkbare stappen zijn elders in de gaminghardware verschenen. Sony verhoogde eerder dit jaar de prijzen van de PS5-console en noemde de stap noodzakelijk om hoogwaardige ervaringen voor spelers wereldwijd te waarborgen. Nintendo paste vorige maand ook de prijs van de Nintendo Switch 2 aan, met verwijzing naar verschuivingen in de marktomstandigheden.
Deze voorbeelden tonen dat verhoogde componentkosten en leveringsdruk verder reiken dan één enkel bedrijf. Het Valve-product past in een breder patroon van herijkingen bij consoles en handhelds.
Online discussies op Twitter tonen wijdverbreide teleurstelling over het bedrag van 1.049 dollar. Gebruikers wezen op de hardwarespecificaties en gaven de voorkeur aan een lagere prijs, vooral gezien de aanhoudende componentproblemen.
Of deze hogere prijzen de norm worden, blijft een open vraag. De situatie onderstreept hoe leveringsbeperkingen de prijzen in de gamesector blijven beïnvloeden.