Spanje beleeft een uniek moment in zijn voetbalgeschiedenis. Twee verschillende generaties hebben het nationale team naar de WK-finale gebracht, met een speelstijl en mentaliteit die een tijdperk markeerden.
Het debat over welke van deze twee selecties superieur is, is onvermijdelijk. Elke fan heeft zijn persoonlijke en subjectieve mening. Wat wel onbetwistbaar is, is dat beide formaties voor altijd in het collectieve geheugen gegrift zullen blijven, ongeacht de afloop van de beslissende wedstrijd op zondag tegen Argentinië.
De vergelijking wordt spannend als je speler voor speler analyseert. In het middenveld staat Rodri tegenover Busquets. Bij de keepers springen Casillas en Unai Simón eruit. In de verdediging gaat Sergio Ramos de strijd aan met Porro, terwijl in de aanval Villa het opneemt tegen Oyarzabal. Elke keuze leidt tot felle discussies onder de supporters.
Een groot elftal wordt niet alleen bepaald door zijn sterren. Teamwork en groeps cohesie maken vaak het verschil in een veeleisend toernooi als een WK. Veel fans zouden kiezen voor het ene of het andere complete elftal als ze moesten kiezen tussen de twee formaties.
Groot dromen maakt het mogelijk een ideale mix voor te stellen. De 22 spelers van beide generaties zouden onder één bondscoach gecombineerd kunnen worden tot het beste Spaanse elftal aller tijden.